Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil in ons - pagina 109

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil in ons - pagina 109

3 minuten leestijd

99

groven zin, waarin de publieke opinie het heilige oordeelt, binnen het perk van onze geestelijke vermogens valt, zonder ons ook maar een enkele schreef boven het gewone peil der zondaren in

dien

zeer wel

te

verheffen.

we dan ook in Lucas' eerste hoofdstuk, dat Zacharias en Elisabeth in al de geboden en rechten Gods wandelen „onberispelijk," van zich zelven getuigt: „Ik was naar de of bij Paulus, dat hij rechtvaardigheid, 'die uit de wet is, onberispelijk," dan is de vlak Lezen

daarop gevolgde bestraffing van Zacharias, dat hij stom werd geslagen en de evenzoo vlak daarop volgende verklaring van Paulus „Niet dat ik aireede volmaakt ben," volkomen afdoende om te bewijzen, dat hier noch van heiligmaking noch zelfs van heiliglijk leven sprake maar alleen van die onerge rlijkheid van wandel en ingetogenheid is, van zeden, waar zonder geen onzer zijn oogen anders dan met schaamte en blozen zelfs voor menschen zou durven opslaan. Evenzeer eindelijk sluiten w^e van meet af de reeks Schriftwoorden waarin de oprechtheid van 's Heeren dienstknechten en dienstnit, :

maagden geroemd wordt.

De

oprechtheid toch heeft ten deze een eng begrensde, scherp bestiptelijk aanwijsbare beteekenis. „Leugen" is de wortel der zonde geweest en „de vader derzelve leugen een menschenmoorder van den beginne". Gevolg hiervan was, dat de alsnu in zonde en dood geboren mensch even zoo min als Sathan „in de waarheid" kan staan. Vandaar dat de zondaar van zelf, zijns ondanks, in een leugenwereld leeft, in een onwaren toestand verkeert, in een onoprechten dampkring ademt, en zoo van alle zijden in de strikken van dit leugenachtig wezen verward raakt, dat „oprecht zijn" niet in een enkele zaak, maar als toestand, een voor hem onbereikbaar ideaal is. Ja zoo afschuwelijk staat het zelfs met deze leugen, dat men er te dieper in raakt hoe verder men in het heilige doordringt. Een onbekeerde kan nog eens waar zijn in een gewone zaak van het huislijk leven, maar woelt hij zich op in de heilige dingen, dan komt alles anders voor hem te staan dan het is; ziet hij zich zelven nooit dan in een valsche spiegeling; en is al zijn vroomheid niets dan verraad aan zijn eigen ziel gepleegd. Vandaar de onbegrijpelijke zelfverblinding in de afgoderijen, zelfs der hoog beschaafde Grieken; vandaar de leugenachtige waan die nu weer kloeke mannen in een kloppenden tafelpoot een orakel doet zien; vandaar de vloek van het Farizeïsme, waaraan het heilige niet kan ontkomen; vandaar eindelijk ook de ontreddering van de kerk des Heeren, zoodra „de leugen" in haar kruipt. Dat „leugenachtig wezen" nu kan geen mensch, wie ook, 't zij uit zijn eigen hart uitnemen, 't zij van zich weren in zijn omgeving, en zoolang God Almachtig hem niet op voor ons onbegrijpelijke wijze overzet van dat wrak der leugen op den vasten bodem der waarheid. lijude,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Het heil in ons - pagina 109

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's