Practijk der godzaligheid - pagina 247
339 Ja, waarom niet nog een stap verder gegaan en waarom niet u de zeker stuitende, maar niettemin hoogernstige vraag voorgelegd, of ge, in weerwil van uw Christelijke belijdenis, u zoo ver vergeten hadt, dat ge berouw hadt over een teveel van spijs of teveel van drank, dat over uw lippen was gekomen? Vloeit vlot het gebed in zulke dagen en uren van aardsche veelbezigheid ? Als disch en wijn en kleed het hart zoo telkens bezig houden, kan er dan godsvrucht, laat staan godzaligheid zijn? ;
Neen
waarlijk, we zoeken geen stukske ook maar der godsvrucht „raak niet en smaak niet en roer niet aan;" het komt niet in ons op een dienst van spijs en drank en kleeding in plaats te stellen van uw geloof, uw hoop en uwe liefde; van niets zijn we zóó wars als van een godsvrucht die zich veruit wendigen wil. Maar luistert wel toe. Niet daarvan, eer van het tegendeel spraken we. We zochten u aan uzelven te ontdekken, of niet uw dienst van het vleesch maar al te vaak het gebed verhinderd, uw liefde verkoeld, uw gemeenschap met uw Heiland verbroken had? Is er tegen dat gevaar nu een natuurlijker geneesmiddel dan het vasten denkbaar? Kent ge den Engelschen Sabbat, den Zondag, gelijk hij in Engeland, Schotland en Amerika wordt gevierd? Maar immers dan ontvingt ook gij in de huisgezinnen dien zachten, weldadigen indruk, dien de stilheid en soberheid des levens u gaf. Geen gedraaf op de trappen; geen haastig loopen door de gangen; in en buiten de vertrekken de tred zoo rustig en zoo stil. Bijna niet gescheld. De keuken nauwelijks in beweging, de schoorsteen hoogstens even rookend, en op den gemeenschappelijken disch juist zooveel van de eenvoudigste spijze, als om zonder gegeten te hebben toch geen honger te voelen opkomen noodig was. Welnu, in dien trant, nog iets scherper doorgevoerd, waren de vasten- en bededagen van onze vaderen. Soberheid in spijs en drank; soberheid in kleeding; onthouding van den arbeid; een stellen van de ziel voor God. Soberheid in spijs en drank. Liefst algeheele onthouding, maar zonder dwang. Wien een onaangename gewaarwording af zou leiden van den Heere, die nam een stuk brood, een teug melks of wat meelspijze. De sterkere stelde den zwakkere geen regel. Het kindeke aan de borst gold voor de moeder als uitzondering. De kleine kinderen stelde men tevreden. Het was de volmaaktste vrijheid bij den oprechtsten toeleg om de behoeften van vleesch en lichaam zoover mogelijk tot zwijgen te brengen. Gekookt, gelijk men het noemt, werd er althans zulke dagen niet. Ook in zijn kleeding sprak men de verootmoediging der ziel uit. Niet door in het oog loopende geringschatting van een kleed of uit
in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's