Het heil in ons - pagina 169
!
]59
uw
—
zal eens uw rechter wezen, en daarom mag tusschen wat bewust en wat onbewust is, bij de zonde te onderscheiden, door niemand die den naam van Jezus aanroept, worden geduld. o, Gewisselijk, daar is een wassen in Christus, en een toenemen in heiligen zin; daar is een dagelijks kruisigen en dooden en begraven van de lusten en begeerlijkheden des vleesches; daar is ongetwijfeld ook na de jammerlijke bekoeling van de eerste liefde, een oogenblik van nameloos berouw, waaruit een offerande van heel ons aanzijn, volvaardiger dan ooit, geboren wordt voor Hem die ons gekocht heeft met zijn bloed; ja, er zijn begenadigden des Heeren, die, door diepe wegen geleid, en naar het welbehagen Gods tot een uitverkoren vat gesteld, bijna tot een onvoelbaar worden van den prikkel des vleesches gekomen zijn en van wie de geestelijk blinde schare daarom placht uit te roepen: „Een heilige man!" Maar die „heilige mannen" zelven wisten het wel beter en wel anders. Hun God had het hun wel geleerd, om niet alleen te vragen naar den uitslag op de huid, maar veel sterker en veel dringender, naar het bederf, dat, ook zonder uitslag, in het bloed zat. En daarom gaat de regel door en laat geen uitzonderingen toe en wordt telkens weer bevestigd, dat juist zij, die het verst in de dooding, de verloochening en de bedwinging des uitwendigen kwaads voortschreden, het diepst in de verootmoediging zijn ingegaan en het machtigst hebben aangehouden in hun roepen om vergeving van schuld Och, zij hingen niet meer aan het uiterlijke. Ze waren door hun God geleerd, om dieper in te dringen. En daar juist, in die diepte des levens, hadden ze het wezen der zonde in zijn verfoeiing, en den wortel der zonde in zijn schandelijkheid leeren kennen, en leeren kennen dien duivel die deze ongoddelijkheden opwoelt uit de diepten van den Sathan!
niet
die
bewustzijn,
arglistige vond,
om
Zoo hebben we dan achtereenvolgens aangetoond, hoe de dwaling der Perfectisten in den loop der eeuwen door schier alle ketters verdedigd, door de kerken der Hervorming eenparig en standvastig is bestreden (art. 1); steeds uit zelfmisleiding voortkwam (art. 3); alleen
met de grondbeschouwing van Gods Woord kon tegen de zielservaring van Gods kinderen indruischt (art. 4); door een goede zielkunde veroordeeld wordt (art. 5); het ideaal des zedelijken levens verlaagt (art. 6); op Schriftterrein niet begunstigd wordt door de eeretitels van Gods heiligen (art. 7); niet bestaan kan voor de volmaaktheid in de deelen die Gods Woord leert (art. 8); weersproken wordt door den strijd tusschen vleesch en geest, dien de Schrift ook bij de heiligen onderstelt (art. 9); geheel omver door
onbekendheid
insluipen
(art.
3)
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's