Dat de genade particulier is - pagina 15
:
Zoo
ver
toch
kwam
cle
spraakverwarring reeds, dat
men
zich
niet
meeningen en denkbeelden der ouden in zóó gekleurd plaatsen, dat ze ophouden te zeggen, wat ze zeer gewisselijk
ontziet ook de licht
te
bebedoelden, en alsnu schijnen te zeggen, wat ze cordatelijk streden hebben. Eer ik verder ga, behoor ik dus kortelij k aan te toonen, dat mctterdjiad deze „wolke van getuigen" een genade die niet particulier zou zijn, niet kent. En mag ik dan beginnen met Calcyn, lees hier dan diens zeer stellige uitspraak, die schier nog verder gaat dan de Dordsche Synode „De woorden: „maar ook voor de zonde der gansche wereld," staan er duidelijkheidshalve bij, opdat de geloovigen toch vastelijk verzekerd zouden zijn, dat de door Christus verworven verlossing zich metterdaad tot allen uitstrekt die het Evangelie met een geloovig hart hebben aangenomen. Maar hier ontstaat nu geschil, hoe de apostel zeggen kan dat de zonden der gansche wereld verzoend zijn. En nu spreek ik nog niet eens van de krankzinnige voorstelling dier verwatenen, die zeggen durven dat de genade ook verworven is voor allen die ten verderve gaan en zelfs voor Satan. Zulk een onzinnigheid toch is de moeite des wederleggens niet waard. Maar anderen, die voor zulk eene dwaasheid dan toch te verstandig waren, hebben beweerd, dat Christus' verdienste w^el genoegzaam was voor de verzoening der gansche wereld, maar ze feitelijk slechts uitwerkt voor de geloovigen. Zoo althans leeraart men in de scholen. Maar al erken ik nu ook volgaarne dat die onderscheiding waar is, zoo ontken ik 2 past, en beweer dat Johannes hier geen toch dat ze op 1 Joh. 2 rk ander doel heeft, dan om te zeggen, dat het heil voor heel de Derhalve zijn onder dit woordeke „allen" de verworpelingen niet is. begrepen, maar slaat dit alleen op hen, die ook wezenlijk tot geloof :
h
zouden komen en die over heel de wereld verstrooid zijn. Immers dan eerst wordt de genade Christi naar eisch geloofd, wanneer ze verheerwordt als de eenige bron van heil voor alle geslachten der lijkt wereld!" (Tom. VII p. 54b). En in overeenstemming hiermee nu belijdt de Gereformeerde kerk in deze' landen, in haar officieele Belijdenis: „Deze dood des Zoons van God is de eenige en volmaakte otterande en genoegdoening voor de zonde; overvloediglijk genoegzaam tot verzoening van de zonden der gansche wereld" {Can. Dordr. II § 37\ „Dat nu velen door het Evangelium geroepen synde zich niet bekeeren, noch in Christus gelooven, maar in ongeloof vergaan, zulks geschiedt dus niet door gebrek of ongenoegzaam heid van de ofterhande Christi aan het kruis geofferd, maar door haar eigen schuld" {Can. Dordr. II § 6). „Maar zoovelen alsser waarachtelyk gelooven en door den dood Christi van de zonden en het verderf verlost worden, die zelve genieten deze weldaad alleen uit Gods genade, hun van eeuwigheid in Christus
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's