Heils termen - pagina 68
58 Y.
DE TEEKENEN IN ONS LEVEN. Zoo dan, de vreemde talen zijn tot een^ Teeken, niet dengenen die gelooven, maar den ongeloovigen. 1 Cor. 14 22a :
De
slotsom van ons voorgaand onderzoek wordt op te merkwaardige door de hierboven staande apostolische uitspraak bevestigd, dan dat het geoorloofd zou zijn dit heldere en maatgevende woord van Paulus onbesproken te laten. Yan den Christus, als het Teeken der Teekenen sprekende, schreven we een vorig maal: „Waar de Heer dus optreedt, begint Hij met voor allen een Teeken te zijn. Yoor hen die Hem als Heiland aannemen, houdt Hij echter op een Teeken te zijn, zoodra Hij zich aan hen ontsluit. Zij daarentegen, die in zijn verschijning zichtbaar en tastbaar het Teeken Gods aanschouwen, en nochtans weigeren zich te laten overtuigen, voor hen blijft de Christus eenvoudig als een wijze
Teeken staan."
En wat
schrijft Paulus nu aan de gemeente vanCorinthe? Immers, wonderbaar spreken met tongen een van Godswege gesteld Teeken is, dat een goddelijken inhoud heeft en een heilige waarheid in zich besluit. Het uitspreken, uitleggen en verklaren van den inhoud noemt hij de profetie. En nu zegt hij, dat, komt het Teeken der vreemde talen, en wordt dit door de profetie ontsloten en verklaard, deze regel is vast te houden, dat het Teeken wel voor den ongeloovige, maar niet voor den geloovige, en omgekeerd de Profetie wel voor den geloovige, maar niet voor den ongeloovige is. Wilde
dat
het
men dit zoo verstaan, alsof het teeken alleen voor hem gold, die ongeloovig blijven zou, de profetie alleen voor hem, die ten geloove verordineerd was, men zou des Apostels uitspraak jammerlijk uit haar verband rukken, door aan de volstrekte scheiding tussehen geloof en ongeloof te denken, gelijk die voor God bestaat; terwijl l\'iulus slechts van de b e t r e k k e 1 ij k e scheiding spreekt, die in het leven ons openbaar wordt. Zeer juist verklaart dan ook een oud Schriftuitlegger deze woorden aldus „het Teeken is niet voor de geloovigen, die reeds gelooven, maar voor de ongeloovigen," en ÏAither zegt in gelijken zin „door de Teekenen der Talen worden de ongeloovigen tot het geloof bekeerd." Blijkbaar komt dus Paulus' verklaring hierop neer: Waar het Teeken der „vreemde tongen" verschijnt, is het een Teeken te achten voor allen, die of nog niet gelooven, óf niet gelooven zullen. Yoor de eersten is het een daad Gods, om hen tot het geloof te brengen, het geloof in hen te doen :
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's