Het heil ons toekomende - pagina 143
133 dat in de verkiezing der verlosten Gods genade aan hun verdienste voorafgaat, terwijl in de voorbeschikking ten doode het rechtvaardig oordeel Gods op het aanwezig kwaad volgt. Door de praedesechter
heeft God slechts bepaald, wat Hij, 't zij krachtens zijn barmhartigheid, 't zij krachtens zijn rechtvaardig oordeel doen zou, zoodat Hij in deze verlorenen vooruitgezien heeft het kwade, dat in hen zijn oorsprong heeft, en dit niet heeft voorbeschikt, wijl het zijn oorsprong niet kan hebben in het goddelijk wezen. De straf is voorbeschikt, maar zoo iemand zegt dat de verlorenen ten kwade gepraedestineerd zijn, zoodat zij niet anders dan boos konden zijn, verwerpen we deze dwaling met Augnstinus, als niet uit God. 3o, Christus heeft zijn offerande, niet voor allen, maar slechts voor de geloovigen gebracht. 3o. De vier artikelen van de Synode te Chiersy verwerpen wij als deels onjuist, deels onwaar, en bevelen dat een. iegelijk zich wachten zal, zulke dwalingen ingang te doen vinden." Op dezen tweesprong bleef men staan. Pogingen tot verzoening mislukten. Men zweeg er liever van. De geest der Koomsche kerk had reeds een te vaste richting in de praktijk gekregen, dan dat ze door theologisch onderzoek ware te wijzigen geweest. Ze kon Augustinus niet verketteren, maar hem volgen evenmin. Noch pelagiaansch, noch stemmend met Augustinus, kon ze noch de zedelijkheid, noch het geloof tot hun eigenaardig recht doen komen, maar moest aanlanden bij miskenning van beider wezenljjk karakter, door het geloof onder een levenswet te brengen, die van Godswege wel aan het zedelijk leven, maar niet aan het leven des geloofs tinatie
is
gesteld.
Juist hierin
nu
schuilt de natuur
van elk half-pelagianisme.
III.
DE UITVERKIEZING- SCHUILEND IN DE TENTE DER VROMEN. Ook heb Ik in Israël doen overblijven zeven duizend, alle knieën die niet gebogen hebben voor Baal en alle mond die hem niet heeft gekust.
I
Kon. 19
:
18.
Na Gottschalks martelaarschap is de half-pelagiaansche denkwijs in de Christelijke kerk heerschende gebleven tot op de Hervorming. Hieruit leide echter niemand de gevolgtrekking af, alsof het geloof aan de uitverkiezing een drietal eeuwen buiten werking ware gesteld. Dit kon niet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's