De leer der Verbonden - pagina 194
184 zijn uitverkorenen, ook in liun dooden staat, voor te schrikuitbreking in zonde; maar vast is dit toch niet. Er zijn er ook uit wie zeven duivelen moeten vrorden uitgeworpen, en deftige rechtvaardige personen moeten het telkens hooren, dat hoeren en tollenaars hun zullen voorgaan in het Koninkrijk der hemelen. En in de derde plaats eindelijk mist de Zoon nog het volle bezit van al zulke uitverkorene, geboren en wedergeboren personen, die nog niet met bewustheid gekomen zijn tot het volle besef van hun inzijn in Christus. Dezulken zijn wel reeds in zijn „bezit" overgegaan, maar het bezit is nog niet vol. Gelijk een slavin in Amerika eertijds haar kind wel weer in „bezit" had als ze het half dood en bewusteloos uit de wateren had opgevischt, waarin de drijver het wierp, maar toch het dan eerst weer ten volle bezat, als het kind bijkwam en tegen zijn moeder lachte; zoo ook heeft de Zoon van de wedergeborenen die nog niet met bewustheid doorbraken wel het eigenlijk bezity maar komt hij toch eerst tot het volle bezit van zijn gekochten, indien ze zelf er van af weten en met de teederheid der liefde tot hem opzien. Aan den inwendigen kant van het Genadeverbond gerekend, is dus de eigendom van Jezus veel grooter dan zijn bezit. Zijn eigendom toch vormen al die millioenen bij millioenen die eens der eeuwige zaligheid deelachtig zullen zijn. Zijn bezit daarentegen alleen diegenen uit de geroepenen ten leven, die feitelijk ten leven kwamen. Zijn eigen-
meestal
kelijke
—
dom
dus eeuw in eeuw uit dezelfde maar zijn bezit breidt zich wordt met elke eeuw grooter, en dan eerst zal het einde zijn, als eens het bezit van Jezus aan gezaligde zielen volmaakt gelijk zal zijn aan de zielen van zijn eigendom. Nemen we dus b. v. op dezen oogenblik het Genadeverbond naar zijn inwendigen, wezenlijken kant, dan ligt de schare der bondgenooten, die reeds in het bezit des Zoons overgingen, voornamelijk in den hemel en slechts voor een klein deel op aarde. Mag men aannemen, dat het getal der gezaligden de ééne eeuw niet zooveel van de andere eeuw verschilt, en rekent men, dat er van den aanvang der nieuwe gemeente zestig geslachten zijn voorbijgegaan, dan is, nog afgezien van de gezaligden des Ouden Verbonds, de schare daarboven allicht het zestigvoud van den kring der gekochten, die thans nog pelgrims op aarde zijn. En gelijk nu aan die heirschare der jubelenden om den troon zich de schare der pelgrims op aarde aansluit, zoo sluit zich aan dien pelgrimsstoet hier beneden weer de schare reeds geborenen, maar nog onwedergeborenen aan, die nóg geen pelgrims, straks pelgrims zullen worden. Maar, en hier hangt nu alles aan, dat Genadeverbond komt hier op aarde tot openbaring, niet op één maar op twee manieren. Vooreerst namelijk in de personen der ingeplanten, dus individueel, stuk voor stuk; maar ook, en daar leggen we thans den nadruk op, ook als blijft
telkens
;
uit,
geheel, als gesloten kring, als Verbondsinstituut.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's