Het heil in ons - pagina 29
19 prediker met zakken, eet niet en drinkt niet en speent zich aan elk genot des levens. Kent zulk een volk, gelijk Ninevé en Egypte, niets dan hetgeen van God kennelijk is in de natuur (Rom. 1 18), dan werkt zulk eene bekeering slechts een terugkeer uit naar die algemeene denkbeelden van recht en eerbaarheid, die door Gods genade ook onder de heidenen zijn bewaard gebleven. Geldt het daarentegen Israël, dat de verbonden en beloften en de openbaring Gods ontving, dan sluit de volksbekeering uiteraard tevens terugkeer in zich naar den heiligen outerdienst, dien de Heere door Mozes bevolen had. Dat we ook van Ninevé lezen, dat de inwoners aan God geloofden, :
bevreemde
Ook
hadden
wel van Jehovah, den God van heiden volkeren meer gewoon, dan dat ze in dagen van zedelijke opwaking een buitenlandsch god opnemen onder de vele goden, wien ze eer bewijzen. Ook bij Ninevé is derhalve van geen bekeering tot den levenden God sprake, alsof ze hun afgodstempelen afgebroken en den dienst van den éénigen waren God ingevoerd hadden, maar alleen als van tijdelijke achterstelling hunner eigen goden en tijdelijke verootmoediging voor den Jehovah van Israël,
niet.
zij
gehoord, en niets
is
bij
Van Ninevé gold, wat we later van Nebukadnezar te Babyion dat men in een oogenblik van rouw en wanhoop Israëls Jehovah erkende als machtig boven de goden, die men in zijn afgodsIsraël.
lezen,
tempelen aanbad. Zulk een volksbekeering achte men niet gering. Er is voor de eere van den God der gerechtigheid reeds veel gewonnen, indien de uitbarsting van het kwaad, zij het ook slechts voor een tijd, gekeerd wordt. Gemeenlijk drukt zulk een volksbekeering haar stempel op de zeden van huisgezin en volk, en wordt daardoor een toom, die tot in verre geslachten de goddeloosheid en den overmoed breidelt. Voor Gods Kerk is het een uitnemende zegen, indien ze is opgericht te midden van een natie, die als volk in wegen van recht en eerbaarheid wandelt. Door zulk een bekeering wordt de val en de ondergang der volkeren tegengehouden, en niets zal ook nu in staat blijken, om de al dieper wegzinkende natiën van Europa voor ontbinding te bewaren, tenzij men hier en elders doe wat de Ninevieten deden, en zich ook als volk bekeere tot den levenden God. Het naast aan deze volksbekeering komt de bekeering, die soms bij den enkele plaats grijpt, als hij aflaat van ergerlijk gedrag, zonder tot het zaligmakend geloof door te breken. In dien zin vermaant Elifas de Themaniet Job: „Indien gij u bekeert tot den Almachtige, gij zult gebouwd worden, doe het onrecht verre van uw tente," en volgt later de boetpredicatie van „Indien zij hooren en Hem dienen, zoo zullen zij hun Elihu: dagen eindigen in het goede, want Hij openbaart het voor hun-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's