Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil ons toekomende - pagina 154

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil ons toekomende - pagina 154

3 minuten leestijd

144

Doch er is meer, waarom we deze opvatting der uitverkiezing door de Heilige Schrift geëischt noemen. Een mysterie der Christelijke waarheid heeft tw^ee zijden, ingedeeld naar de tweeheid der Wetstafelen, en zich splitsende al naar gelang ge de vraag: „Wie zal zalig worden?" of de vraag: „Hoe God tot zijn

eere

komt?"

vooropstelt.

Vraagt ge aan Jezus, welke vraag de eerste plaats in ons streven moet innemen, dan luidt zijn antwoord: „God en uw naasten lief te hebben is de inhoud der geboden maar het eerste en het yroote gehad is de liefde voor uw Heere." Elk stuk der Christelijke waarheid met name ook de uitverkiezing, moet dus allereerst uit het oogpunt van Gods eer besproken worden. Dat men onzen vaderen verweten heeft, niet genoeg anthropologisch, d. i. van den mensch uit, het stuk der verkiezing te hebben opgebouvt^d, is een onjuist verwijt. De anthropologie, het menschelijk uitgangspunt, moet op den achtergrond treden. Eene omgekeerde poging leidde en moet leiden tot een niet-zien en dus miskennen, ten laatste zelfs tot een bestrijden en loochenen van deze alle daden Gods beheerschende daad zijner vrijmacht. Om God is de uitverkiezing. Om Zijns zelfs wille eerst. Daarna vloeien de gevolgen voor den mensch er naar innerlijken levensdrang uit voort. Plaatst men daarentegen de zaligheid des menschen als eerste doel op den voorgrond, dan gaat de kracht en w^aarheid en de profijtelijkheid dezer geloofsprediking te loor. Men staat dan voor het ontzachlijk feit, dat niet allen zalig worden, als voor een muur. Men waant dan dat de verzekering der uitverkiezing niet, streng genomen, aanwezig behoeft te zijn, dan op het oogenblik, als men uit dit leven scheidt. Men beschouwt dan de zaligheid als een ons mechanisch in de eeuwigheid toe te bedeelen goed. Men kan aan de uitverkiezing dan geen kracht en beteekenis voor het gemeenteleven ontleenen. Men hanteert dan een uitverkiezing, die ons lijdelijk vindt en lijdelijk laat. Dit nu mag niet. Lijdelijkheid, als belijdenis van ons volstrekt onvermogen, om de keuze Gods te bepalen, is de diepste gedachte der Schrift, maar een uitverkiezing, die niet tot de hoogste activiteit brengt en het vermogen voor het onvermogen, d. i. het leven voor den dood in stee brengt, is voor de Schrift even ondenkbaar als een levende boom, waarin geen sappen door den wortel naar de takken worden gedreven, om blad en bloesem en vruchten aan de eei'st naakte stengels te doen uitkomen.

Daarom moet de uitverkiezing allereerst als om Gods wil geschied worden verstaan. Heeft de Heilige om Zichzelfs wil uitverkoren, dan moet Hij door die uitverkiezing ook iets scheppen, iets tot stand brengen, iets voleinden voor het Eijk, waaruit Hij de eere Zijns naams roept, nu reeds op aarde en eens in heerlijkheid voor den Troon. Van meet af staan we dus voor de vraag: „Tot wat doel, waartoe.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's

Het heil ons toekomende - pagina 154

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's