Het heil in ons - pagina 133
123 onweder^eborene
den
In
der tien bewijsmiddelen, die valt
een zielsworsteling,
als
;
dat
bleek
dan wel overtuigend uit elk in den onwedergeborene
we aanvoerden;
hier beschreven wordt, niet. uit den Geest geborene, met een in rechtstreekschen en gestrengen zin met
Met een kind van God, met een die in Chiistus Jezus
is,
ja,
een uitverkorene, wel ter dege met een door God begenadigde en uitgeholpene, hebben we in deze merkwaardige pericoop te doen. Maar nu blijft dan nog de laatste vraag: met een uitverkorene,
maar
welke periode van zijn geestelijken wasdom'^ zijn toebrenging, op de middaghoogte van zijn geestelijken bloei, of bij zijn triomfeerende voleinding? Die vraag dient gedaan. Immers, onder niet weinige broederen kwam het in zwang, dan ja wel toe te geven, dat Eomeinen zeven van een waarachtig Christen gold, maar van dien Christen dan toch in een der ongunstigste toestanden van zijn geestelijke existentie, niet toen hij zich zelf, maar toen hij heneden zich zelf en zijn heerlijke roeping was. Een voorstelling nog onlangs in deze formule uitgedrukt: „In Eomeinen zeven wel spreekt een waarachtig Christen, maar niet een waarachtige Christelijke zielsbevinding!" Tegen deze voorstelling nu komen we in verzet. Uit overtuiging. In strijd met een vroegere overtuiging. Want als „onzuivere zielservaring van Gods kind in zijn zwakkere oogenblikken" gold Eomeinen zeven eertijds ook voor den schrijver van dit opstel. Maar, 't
zij
zoo,
den
In
in
aanvang van
gelijk hij
nu
erkent, ten onrechte.
ten onrechte, dat we niet aarzelen er voor uit te komen, juist omgekeerd, aan een Christen in zijn voleinding denkt, de tegenstand tegen de toepassing van wat hier voorkomt op een verloste des Heeren zelfs voor de eigen consciëntie, laat staan dan voor het groote publiek, nimmer zal te breken zijn. Denkt men, lezend wat in Eomeinen zeven zoo kras en scherp geteekend ter neer is geschreven, aan de eerste wankele schreden van den pas bekeerde, en past men dus „het doen van het kwade," het „verkocht zijn onder de zonde," en wat dies meer zij, op gansch gewone, lage, zelfs dierlijke zonden van hartstocht en zinlust toe, in ernst, dan is het niet te weerspreken, dat deze belijdenis dusdanig contrasteert met wat van de verlosten des Heeren en hun vrijmaking in de Heilige Schrift gelezen wordt, dat de uitlegging altijd een gewrongene en gedrongene zal moeten zijn, die het „vleeschelijk, onder de zonde verkocht" met het „vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods" wil rijmen. Maar bovendien, de ervaring die ge in uw omgang met pas bekeerden opdoet, druischt ook lijnrecht tegen de zielservaring van Eo-
Zoozeer
dat,
tenzij
zelfs
men
meinen zeven
in.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's