Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Practijk der godzaligheid - pagina 255

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Practijk der godzaligheid - pagina 255

2 minuten leestijd

347

met den moord van de jonggeboren zonen in den Nijl en zijn harde verdrukking in Egypte. Eerst indien men dit in het oog houdt wordt de beteekenis van de Manna-spijziging in de woestijn duidelijk. Ten eerste moest het volk der verkiezing door dezelfde beproeving heengaan, waarvoor Adam gestaan had. Het moest een tijdlang uitsluitend door het geloof, ook in stoifelijken zin, leven uit de hand des Heeren. Dat óók de geschiedenis van het Manna hiermee saamhing, toont de aanhef van Deuteronomium 8 duidelijk. Adam stond voor het gebod. Ook Israël werd voor het gebod geplaatst, en nu zegt Mozes hiervan: „Hij liet u hongeren om te weten wat in uw hart was, om te weten of gij zijn geboden zoudt houden of niet." Maar ook in de tweede plaats moest het aan de zonde, die het naar Egypteland gedreven had, afsterven. Hongersnood, gebrek aan spijs, had het uit Kanaan door de woestijn naar Egypte gedreven. Thans moest het in de woestijn, vlak voor de deur van Egypte, zonder brood zitten, opdat blijken zou, wat nu in zijn hart was: of het, gelijk eertijds, door lust naar spijs weer naar Egypte zou terugverlangen; dan wel of het, geleerd door de harde verdrukking, nu niet op Egypte, maar naar den hemel zou zien. Israël bezweek, gelijk Adam viel. Het verlangde naar Egypte terug. Eerst nu zal men gevoelen, welke bijzondere beteekenis, gebodsschennis, geloofs verzaking en ontrouw dit terugverlangen naar de vleeschpotten van Egypte was. Met dit terugverlangen viel het uitverkoren volk, gelijk eens Adam het

gevallen was.

Zoo bleek dat ook Israël zelf geen redding kon brengen, en aller oog zich te richten had naar dien Vorst uit Israël, die eenmaal óók in de woestijn, ook de plage des hongers lijden zou, maar in de daaruit geboren worsteling stand zou houden, heerlijk zegepralend waar én Adam viel én Israël feilde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's

Practijk der godzaligheid - pagina 255

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's