Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dat de genade particulier is - pagina 145

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dat de genade particulier is - pagina 145

3 minuten leestijd

135 dat Hij het geheel uit éénen bloede, uit één menschenpaar; en dat paar nogmaals uit één mensch; deed voortkomen.

genoeg gezegd. ééne mensch werd maar niet op deze aarde neergezet, zooals wij een perzik op een bord leggen, maar die mensch zat weer op zijn beurt aan die aarde vast; was genomen uit haar stof; kreeg een lichaam naar het structuur van der dieren lichaam; en ontving in het lichaam een bijeenvoeging van schier alle chemische stoffen en krachten, die in de aarde werken. Die menschelijke romp van den eersten mensch was eer Gods adem er in voer dus een stuk wereld; een wereld in hef klein; van alle krachten in die wereld de keurigste, fijnste saamvatting. Een toen de adem van de lippen des- levenden Gods er scheppend invoer en uit dien romp een mensch maakte, toen verbond God di-^n aldus reeds aan die wereld vastzittenden mensch er nogmaals door zijn Woord mee. Want in die wereld zou de mensch leven en de ruimte van die wereld zou hij vervullen en over die wereld zou hij heerschen. Hij, die mensch, zou gansch die wereld priesterlijk wijden moeten en toewijden aan den Heere onzen God. En wat lag daarin niet? Want immers, bestond alzoo die wereld ter wille van den mensch, wederom bestond ter wille van die wereld heel het zonnenstelsel met zijn planetenheir, en eveneens de melkweg aan het firmament en al de vaste sterren; kortom het wereldsche heelal. Ja, zelfs zou men nog verder kunnen gaan, en ook van het hemelsche deel van het heelal d. w. z. van de hemelen en van de hemelen der hemelen en van de wagens hoven het zwerk, d. w. z. van de myriaden der engelen, vragen kunnen, of ze niet bestemd waren, die hemelen, om „eeuwige tabernakels" voor die menschheid te dragen, en die engelen om de zaligheid aan te dienen aan wie in die „eeuwige tabernakelen" in zouden gaan. Ja, of niet dan eerst én hemelen én hemelsche legerscharen hun hoogste merk en wit bereiken zouden, als ze, mét die menschheid in eeuwig verband gezet, in één heilig accoord met wat onder die hemelen was. Hem loven zouden, die te prijzen is in alle eeuwigheid? Wel weten we, dat de wet der lagere wetenschappen niet de aarde, maar de zon als centrum van ons planetenstelsel poogt aan te wijzen, en voor de gedachte, dat deze wereld aller zonnen en starren middelpunt zou zijn, geen plaats laat; maar wat doet dit er toe? Wie kon naar de wetten der lagere wetenschap voor 18 eeuwen uitmaken of ook maar gelooven, dat zeker kindeke, uit een maagd Maria geboren, in een stal van het vlekje Bethlehem, en niet de machtige keizer Augustus in al zijn praal en majesteit, het middelpunt van de beweging der volken en natiën op haar banen was? En toch, van achteren hleek het zoo! Laat u dat dus nooit ophouden. Een olifant is Ja,

Ook

zelfs dat is niet

die

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Dat de genade particulier is - pagina 145

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's