De leer der Verbonden - pagina 97
87 alsnu nalezen of daar ergens van een Werkverbond iets en het niet vindende, alsnu de zaak voor uitgemaakt houden, en zeggen: „Dat paradijsverbond is een verzinsel!" Maar zoo doet de ernstiger belijder niet. Hij vraagt, wat die Schrift hem in haar samenhang heeft te zeggen. Vindt hij nti dat de genade niet Pelagiaansch mag opgevat, als eerst komende tot den bekeerde, maar als soms teruggaande tot achter de geboorte, dan mag hij het Doopssacrament ook niet binden aan voorafgaande belijdenis, maar moet het stellen, zoo vroeg mogelijk. Yindt hij in de Schrift, dat noch de éénheid Gods noch de Godheid des Zoons of des Heiligen Geestes mag geloochend, dan concludeert hij, dat alleen in de belijdenis van den Drieëenige en Waarachtige God beleden wordt. En zoo nu ook, vindt hij in die Schrift, dat de tegenstelling van wet en genade niet iets bijzonders is dat alleen voor Israël gold, maar iets algemeens, dat alle mensch, heel ons menschelijk geslacht en dat geslacht door alle eeuwen heen, aangaat, dan kan, dan mag hij niet anders gelooven en belijden, dan dat het Sinaïtisch verbond slechts een echo was van een alle volken omvattend Wetsverbond, dat achter Sinaï en tot in het paradijs teruggaat. En dit nu eenmaal, blijkens den samenhang van heel de Schrift vaststaande, komt hij alsnu tot Gen. 3 en 3 niet als een advocaat „Zoo ge me niet alles stipt tot het openbaar ministerie, denkende: en haarfijn bewijst, verwerp ik uw conclusie!" maar met den onderzoekenden geest van den historiekenner; die, nu eenmaal wetende: !" „Het Wetsverbond moet reeds bij den eersten mensch zijn ingetreden alsnu met een Argusoog heel hei paradijs- verhaal doorspiedt, om te onderzoeken, of het hem ook gelukken mocht, hier of daar een enkel spoor te ontdekken, van wat dit Wetsverbond in zijn oorsprong kon opslaan, staat
;
toelichten.
En in dien zin, en met dien verstande nu, het paradijs verhaal nagaande, ja, dan vindt men metterdaad nog meer dan men zou vermoed hebben. Sta men ons toe op de volgende punten de aandacht te vestigen: 1". Het water van den Zondvloed bracht een oordeel; dus was er overtreding. Hieruit blijkt derhalve, dat er wel terdege een wetsopenbaring aan Sinaï voorafging een wetsopenbaring, die niet bij Henoch, niet bij Jered, niet bij Kenan, niet bij Seth wordt gesteld, en dus wel moet hebben plaats gegrepen in het paradijs. 2*^. Kaïns doodslag van Abel is moord. Die moord is zonde. Kaïn wist dus: „Ik mag mijn broeder niet vermoorden!" Yan een verontschuldiging: „Heere, ik wist het niet!" vindt ge dan ook geen zweem. Eer een onbeschrijflijk gevoel van misdreven te hebben: „Mijn zonde zwaarder dan dat ze vergeven worde!" Zoo leert dus ook Kaïns is moord wat het oordeel van den Zondvloed leerde, t, w. dat er wetsopenbaring plaats greep reeds in het paradijs. ;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's