Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Practijk der godzaligheid - pagina 18

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Practijk der godzaligheid - pagina 18

3 minuten leestijd

10

behagen onder alle volk, in heel de mensehheid, over gansch de wereld nam. Zelve, krachtens uitverkiezing bestaande, heeft ze alzoo door gestadige prediking der uitverkiezing in al haar lengte en breedte, in het hart der gemeente den drang, de drift, de zucht op te wekken, om die nog schuilende, nog niet gevonden deelen van het pleroom der uitverkiezing te zoeken. Ze belijdt dat God Drieëenig het aanbiddelijk werk der uitverkiezing, met het einddoel dat in dit verkiezingswerk gesteld is, doorzet niet

enkel door onmiddellijke werkingen, maar door een werking die deels ja, onmiddellijk en rechtstreeks, maar ook deels middellijk en zijdelingsch is. De uitgang van het verkiezingsmysterie uit Godes innerlijk Wezen naar buiten, gaat haar dus door en in het Verbond. Van dat Verbond voelt en tast ze de zichtbare naarbuitentreding in de kerk. En aan die kerk is de last door Christus gegeven: „Predikt het Evangelie aan alle creaturen! Gaat heen, onderwijst alle volken, ze doopende!" Waar ze dus eerst door den natuurlijken trek om haar wezen als gemeente vol te maken, en in de tweede plaats door den drang der uitverkiezing, wordt uitgedreven om de volken te zoeken, daar komt ten slotte en in de derde plaats nu nog de eisch der gehoorzaamheid tot haar, dat ze in het werk der Zending den Christus naar den eisch zijns Woords zal dienen. Christus zeyt „Predikt het Evangelie !" en diensvolgens heeft zij het te prediken; niet bij wijze van proefneming, of het resultaten zal opleveren, maar in den weg van volstrekte onderwerping en blinde gehoorzaamheid. Het doet er niet toe, wat er van komt. Dat kunnen wij niet beoordeelen. Het kan zelfs zijn, dat onze prediking een schriklijk oordeel aanbrengt. Daar is de Christus vrij machtig in. Dat staat aan Hem, niet aan ons te beoordeelen. Wij weten dit ééne, dat Hij, onze Heer en Koning, een aanbiddelijk, goddelijk, majestueus werk werkt, en dat Hij in en bij en over dat majestueuze werk, o. a. ook verordend heeft en geboden, de prediking der gemeente aan het nog niet tot die gemeente behoorend creatuur. En dat nu weetend, heeft de gemeente op haren Heer te zien, gelijk het oog der dienstmaagd op de hand harer vrouwe is, en stil, zonder omzien en dus ook zonder uitzien naar het resultaat, kalm en gelaten, in overtuigde geloofsgehoorzaamheid, die prediking aan het creatuur te volbrengen. Dit standpunt alleen geeft aan de Zending haar rustig karakter. Beeldt men zich eenmaal in, gelijk o, zoovele Christenen thans, dat als men vandaag nog in Toraboktu tien, twaalf menschen wou gaan bekeeren, diezelfde menschen dan nog voor eeuwig zalig zouden worden, die nu door onze achteloosheid voor eeuwig verloren gaan, dan vat men niet, hoe deze Christenen één oogenblik rust in hun leven hebben; hoe ze het uit kunnen houden, om niet terstond in persoon naar Afrika toe te gaan, en te redden wat er nog te redden is. En ook, bijaldien men, verplet onder de onmogelijkheid waartoe deze :

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's

Practijk der godzaligheid - pagina 18

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's