Het heil in ons - pagina 63
53 boorte" is door Jezus niet bij toeval gemaakt. Veeleer schuilt in dit gebruik een diepe zin. Staan de meusch en de schepping niet los naast een, maar is het, naar luid der Schrift, en, voegen we er bij, volgens de resultaten der wetenschap, e'én levensproces, dat door geheel de schepping gaat, allengs hooger klimt, en ten laatste in den mensch zijn voltooiing bedan moet er ook tusschen de wedergeboorte van den mensch reikt, en de wedergeboorte der schepping een noodzakelijk verband bestaan. De vloek is niet afzonderlijk op den mensch, en daarna afzonderlijk op de schepping gelegd, maar door den mensch is, al is de wijze van overgang ons onverklaarbaar, de vloek uit zijn persoon over de aarde gekomen. Gelijk er tusschen onze ziel en ons lichaam een overgang bestaat, dien nog niemand heeft kunnen aanwijzen, waarover hoogstens gissingen bestaan, maar waaromtrent nog alle vastere aanwijzing ontbreekt, zoo weten we ook dat er een overgang tusschen den mensch en de schepping bestaan moet, waarvan alle nadere verklaring ons
onthouden
is.
Geldt dit èn van de oorspronkelijke wording der dingen èn van den vloek, dan moet dit ook waar zijn bij de herstellende genade. Er moet dan ook bij die herstelling een samenhang bestaan tusschen de wedergeboorte van den mensch en de wederoprichting van alle dingen, en het is dat verband waarop Jezus doelt, als hij die wederoprichting
met den naam van „wedergeboorte" bestempelt. Intusschen is ons omtrent dien overgang der herstellende genade dan omtrent den overgang van den vloek. iets meer geopenbaard, Aangaande den vloek weten we alleen, dat het niet twee uitstortingen van Gods toorn zijn, de ééne op den mensch en de andere op de schepping, maar dat het één vloek is, die gelegd werd op die schepping, waartoe de mensch behoorde, en die met den mensch één geheel vormde. Maar omtrent den oorsprong der herstellende genade weten we meer. Geopenbaard is namelijk, dat deze overgang niet plaats grijpt van ons op de schepping, maar dat hij van den mensch Jezus Christus zelve
uitgaat.
kwam
tot deze wereld en nam ons vleesch aan. Diis, wijl dat onmiddellijk verband stond met deze aarde en de geheele schepping, trad de Zoon door zijn vleeschwording met geheel de schepping in betrekking. Hij nam dat vleesch, en daarmee die schepping in zich op, gelijk ze was, dat wil zeggen, in den vernederden, gevallen en ingezonken toestand, waarin dat vleesch en die schepping door zonde en vloek
Hij
vleesch
in
geraakt was. Yan dat oogenblik af had
aan
zijn
eigen lot verbonden.
hij
het lot dier schepping onafscheidelijk
Een
worsteling moest ontstaan tusschen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's