Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Practijk der godzaligheid - pagina 194

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Practijk der godzaligheid - pagina 194

3 minuten leestijd

186 in het zichtbare, maar ia het eeuwige ligt haar doel; den troon der genade heeft ze glorie. Ze moest het deel van al Gods kinderen zijn. Zoo al niet aanstonds na hun toebrenging, dan toch bij het wassen in Christus. Hoe allerwegen ze nog ontbreekt, toont u de onrustige gejaagdheid, die den godvruchtigen onzer dagen aankleeft; de weerzin tegen het

geren;

niet

alleen voor

Kruis,

die zich achter het lijd(>lijkst berusten verbergt; bovenal het ontbreken van de vreedzame vrucht der gerechtigheid, ook al werd de ziel zoo bitterlijk bedroefd en teug na teug de lijdensbeker leeggedronken met schijnbaar gewillige lippen. Toch moet ze wederkeeren, om ons te troosten van onze verdrukking; om ons weer blij als kinderen Gods te maken; om Gode weer de eere te geven, ook in het kruis, dat ons zijn liefde beschikt. Wederkeeren door bijzondere werkingen van den Heiligen Geest, maar aan de hand van het Woord dan toch. Zou er dan voor wat dat Woord van de Lijdzaamheid zegt, geen luisterend oor zijn bij het volk des Heeren?

Van

nature kant de mensch zich tegen de „lijdzaamheid" aan. enkel de lichtzinnige, wiens wereld zijn al is. Maar ook de „natuurlijke mensch" in den Christen, in u en mij. We zijn geneigd onze bewondering te geven aan wat kracht bezit, kracht toont, door kracht schittert en door die ontplooiing van ongedachte sterkte ons in ademlooze spanning houdt. Het oude worstelperk der heidenen, waarin de eenhoorn met verpletterende vaart op den leeuw instoof, en, door diens breeden klauw in de schilden van zijn huid geslagen, bonsde tegen den bodem, om straks, muil tegen muil gesperd, te moorden of vermoord te worden, was niet heidensch maar menschelijk, de mensch genomen naar den levenstoon van zijn gevallen natuur. Zie maar op de helden, die men zich uitkiest, voor wier schedel men de lauweren vlecht, en door wier daden men verrukt wordt. Zijn het niet de helden van het zwaard, de mannen van „bloed en ijzer", en werd ook niet bij het thans levend geslacht in de opgetogenheid over Duitschlands glorie weer diezelfde oude trek van ons

Niet

natuurlijk hart openbaar? Er gaat een sprake uit van wie zich te weer

kan stellen; van zich met nóg geweldiger kracht de kracht des sterken weet te breken; en na den laatsten tegenstand gefnuikt te hebben, daar nu, voor aller oog, schittert in zijn reusachtige grootheid, gelijk hij, met zijn ver-

afslaat

;

slagenen

om

zich heen, ontzag inboezemt en verschrikt.

Voor zulk een ontsteekt ook ónze eeuw nog den wierook. Bij het aanschouwen van zulk een kracht bezondigt ook óns natuurlijk hart zich nog aan afgoderij.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's

Practijk der godzaligheid - pagina 194

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's