Heils termen - pagina 242
232
hun
naar den smaak, die met zekere voorliefde zoeken tusschen de openbaring van Oud- en straks het Oude geheel ter zij te zetten en alleen het Nieuwe te laten gelden. Het Oude Testament is hun door Mozes en Elia, het Nieuwe door Christus, en door de eigen stemme Gods uit den hemel is dan immers hun gevoelen bevestigd, dat ons Christenen geen Oud Verbond meer bindt. De grondfout van dit denkbeeld, waardoor het Christendom van zijn Israëlietischen wortel wordt losgemaakt, in beginsel te bestrijden, ligt thans buiten onzen weg. Slechts zooveel zij hier opgemerkt, dat elke stem van Thabor voor deze meening ontleend, moet wegvallen, wijl niet slechts van Christus, maar ook van Mozes en Elia gezegd wordt: „dat ze gezien werden in heerlijkheid." Er is dus geen tegenstelling, alsof de lichtglans alleen den Christus omschitterde en de donkere schaduw op de Godsmannen des Ouden Yerbonds viel. Integendeel, het is één licht, dat èn Christus, èn Mozes èn Elia omstraalt, één heerlijkheid uit den hooge, waarin aller gestalte vereenigd is. Bovendien, zoo mag men de Heilige Schrift niet verklaren. Als IMozes en Elia hier in éénen adem genoemd worden, dient niet aan onze verbeeldingskracht, maar aan de Schrift zelve gevraagd te worden, welke beteekenis aan deze namen te hechten zij. En volgt men dien onwraakbaren regel, dan is niets lichter aan te toonen dan de volstrekte onhoudbaarheid van elke voorstelling, die Mozes en Elia laat optreden als verpersoonlijking van wet en profetie, in den zin dien men daaraan pleegt te hechten. Ware met Mozes Jesaia op den Thabor verschenen, dan ware er voor dit gevoelen plaats geweest. Doch nu niet Jesaia, maar Elia met Mozes verschijnt, een man Gods van wiens lippen, voor zooveel ons bekend is, niet ééne profetie ter verlossing, niet ééne vooruitverkondiging van het Heil der Yérzoening, ook niet met een enkel woord een heenwijzing op den Messias, vernomen wierd, nu zou men de geschiedenis metterdaad geweld moeten aandoen en van Elia's persoon een voorstelling scheppen, die door zijn eigen leven volstrekt weersproken wordt, zoo zijn naam ons de verpersoonlijking zou moeten worden van de Messiaansche profetie. Men leze toch, eer men zich gedachteloos aan zulke uitspraken waagt, het gewijd verhaal van Elia's daden en lotgevallen nog eens over, en reeds dat eenvoudig verfrisschen der herinnering zou het echte beeld van Elia weer te sterk doen spreken, dan dat zulk een vervalsching van zijn grootsche figuur nog langer zou te duchten zijn. Van Elia wordt nergens in de gansche Schrift gesproken als van den profeet, die op Christus heenwij st, maar allerwege als van den ijveraar, in wien de oordeelende, niet de voorzeggende roeping van den profeet haar hoogsten triomf viert. Wilt ge bewijs, dat Elia's beeld werkelijk in die trekken voor het oog der jongeren stond, is
natuurlijk
geheel
en tegenspraak Nieuw-Testament, om strijd
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's