Dat de genade particulier is - pagina 79
69
vorming der leden werkt, dan wordt de achterlijkheid ook van de lichaamsvorming bijna altijd openbaar. Is nu ook Christus een Hoofd, dat in levensverband een zeker aantal lichaamsdeelen of leden, naar men ze noemen wil, tot één lichaam ontwikkelt en uit doet komen, en een vorm laat aannemen, dan gaat het derhalve ook bij den Middelaar door, dat al deze leden, die eens tot de saamstellende deelen van dat lichaam zullen behooren, van binnen uit ontwikkeld worden en dus vooraf in hem besloten waren. In Adam was metterdaad en in waarheid geheel het menschelijk geslacht aanwezig. Hij droeg in zich de levenskiemen van de kinderen die uit hem zouden geboren worden; en in deze weder de kiemen des levens van zijn kleinkinderen; en zoo al voort tot in duizend geslachten. Daar is niets ooit bijgekomen. Alles is van binnen uit ontwikkeld. Gij en ik we staan in rechte lijn in levensbetrékking tot dien eersten mensch, dien God schiep. God schiep ons in hem. Het vleesch dat aan ons is, komt rechtstreeks voort uit het vleesch, dat
God in het paradijs Maar evenzoo en
uit stof
in
nog
gevormd
heeft.
sterker zin is het
dan ook met den Heere
Jezus Christus. Wij komen uit hem voort, gelijk de ranken niet op den wijnstok gelijmd worden, maar van binnen uit zijn levenssappen uitbotten. nu uit hem te kunnen voortkomen, moeten we natuurlijk in zijn persoon en wezen ons bevonden hebben, eer wij ten leven En wijl er nu nergens een oogenblik te denken is, ontwaakten. waarop Jezus ons nog niet bezat, om gevolgd te worden door een ander oogenblik waarop hij ons wel had, overmits hij ons van eeuwigheid ontving uit den Vader, zoo volgt hieruit dat zij die ten eeuwigen leven komen in dien Christus als levenskiem, in aanvang en in beginsel, d. i. embryonisch, gelijk men het noemt, besloten zijn geweest van voor de Vleesch wording. Eerst hierdoor verkrijgt dan ook geheel het Verlossingswerk van Golgotha zijn wezenlijkheid en realiteit. De kinderen des Koninkrijks, d. i. de leden des lichaams, waren in kiem reeds in Christus besloten, toen hij als Middelaar op deze aarde omwandelde. Hij droeg ons in zich, opdat wij naderhand, ten tijde door God vooraf bepaald, uit het zaad des Woords zouden geboren worden. Alzoo hingen wij dus aan het kruis in hem. Is in hem Gods toorn ook op ons uitgegoten. Zijn we „met hem gestorven." Met hem onder den vloek doorgegaan. Begraven in hem toen hij begraven werd. En heeft derhalve de Vader ons in hem „mede opgewekt," toen hij Christus opwekte; en ons „mede gezet in den hemel
Om
—
in Christus."
Maar
juist
hierop
valt
dan
ook
de
„algemeene
genade" onher-
roepelijk. Is
toch
het
verlossingswerk zoo reëel en wezenlijk, dat
ik,
indien
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's