Practijk der godzaligheid - pagina 92
!
8-A
een edel zijn
wrang bezinksel in ons hart achterlaten, van verdriet indien we van natuur, of ook van wrok en murmureering indien we laag van ziel.
En
komt dan nu
daarbij
aller vijanden,
vaarlijk,
onze
omdat
wij
in de derde plaats nog de ergste en bangste
eio:enlijke doodvijand, zelf,
de duivel;
daarom zoo ge-
persoonlijk, in het verborgene van ons hart,
bondgenoot zijn. Dat gaat schriklijk toe. Eerst er niets van merken. Satan blijft dan schuil en verkneukt er zich achter de schermen in, dat het zoo ongemerkt met ons van onzen God af en naar de hel toe gaat. Dan groeit het giftig onkruid, maar het droeg nog geen vrucht. Doch dan gaat dat verder en verder. De een of andere trawant van Satan in menschengedaante komt dat giftig onkruidplantje begieten. Zelf krijgen we er lust aan zooals het groeit. Totdat de Heere Jezus dan met de bijl komt en het er af wil houw^en. En dan barst de worsteling uit. Dan komt Satan open voor den dag. Dan wringt het en perst het in de ziel dat onze keel wordt dichtgeknepen. Eiken troost poogt zulk een worstelaar dan w^eg te slaan. Vreeselijke verzoekingen benauwen ons. doodvijands
dezes jaren
lang,
dat
we
Het komt tot aanvechting. Als het ware, weg willen sleuren naar de hel
zoo levend,
zou Satan ons
Zoo, zoo staan de diepst levenden er aan toe. Velen, zeer velen, die in de oppervlakte blijven, merken daar wel de helft niet van, en komen op tegen zoo sombere levensbeschouwing. Zelfs vindt ge er hier en daar, die over de melancholie van hun hart heen lachen, en als vlinders omfladderen om het rozenbed en daarom van de verborgen doornen niets zien. Maar wat doet dat af? Hoe dikwijls als een lieve moeder vroeg leest
ge
verlies
te
sterft,
hun
in de bladen van „jonge kinderen, nog te jong om beseifen!" Kinderen die boven op de kinderkamer
spelen met een harlekijnpop, terwijl het lijk van moeder beneden staat. Welnu, zoo zijn die oppervlakkigen, zoo zijn die vlinderzielen ook. Oordeel ze niet te hard, ze zijn nog te jong om hun wezenlijke ellende te beseifen. Ze leefden nog zoo bijna nooit.
Een spelen was heel hun aanzijn. ge dan dat ze rijp en ontwikkeld genoeg zullen zijn, om uit dien kleinen wormsteek in het prachtig stuk ooft reeds nu tot innerlijk bederf en verrotting te besluiten. Maar zoomin gij in zulk een sterfhuis, om te weten of er nu werkelijk met het sterven van die moeder een slag over dat huis kwam, het argeloos wicht, maar wel den verpletterden man en vader zult ondervragen, zoo nu ook is het hier. te weten, hoe het leven wezenlijk, hoe eens meiischen bestaan in der daad en waarheid is, ondervraagt de kenner en de man die
Hoe
Om
wilt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's