Honig uit den rotssteen - pagina 166
!
!
!
162 keerd,
en
al
en de
plotseling
energie
zijn
al
van
en al de moed zijner ziel een waterstroom werd uitgestort
levenskracht
zijn wil,
als
in de diepte.
Het
namelooze machteloosheid, die dat beeld u teekent. meer te kunnen Geen lip meer te kunnen openen, geen oog meer te kunnen opslaan; geen moed meer uit het hart in den wil te kunnen brengen; dat inzinken van de polsen; dat wegzuigen van de ziel, die nog bidden wil; dat namelooze der bange en benauwende onmacht; zóó onmachtig, dat zelfs het besef van die onmacht te veel inspanning zijn zou voor het gansch versmolten hart. de
is
Niets, niets
En
dat
!
wil de Heilige Geest,
zult
merken
Daar
zit
!
Het kruis
zelf
is
dat ge bij uw Jezus wel terdege op op verre na niet de bitterste dood.
het niet in. Zulk een kruis hebben onnoemelijk velen geleden. uw Jezus alleen is, hangende aan dat kruis, in
Maar niemand dan
de diepte der hel afgedaald, heeft er den last van den toorn Gods tegen de zonde van heel ons geslacht aan gedragen niemand dan hij is, stervende aan dat kruis, op onzienlijke wijs, in zijn ziel gekruist met een smarte der bezwijking als van een sterven duizendmaal o, Jezus te zijn Zoon van God Een macht te bezitten, gelijk de Leeuw uit Juda's stam zelfs in het brullen van zijn stervenskreet nog verried En dan .... uit loutere gehoorzaamheid, uit teeder erbarmen, in dat schrikkelijk beklemmende en benauwende van zoo volkomene machteloosheid der innerlijke bezwijking te willen afdalen, voelt ge niet, o, gij machtelooze in u zelf, wat die strijd, die onbeschrijflijke zielsfoltering uw Jezus heeft gekost? En toch .... als hij het eens niet had gedaan Als hij zijn hart eens weerhouden had, om te versmelten als was in het binnenste zijns ingewands, wat dunkt u, had hij uw redder ooit kunnen zijn? Of is uw machteloosheid dan niet die volstrekte en schrikkelijke? En betaamde u dan niet zulk een Hoogepriester, die zóó diep afdaalde tot hij kwam waar gij laagt, om u in de armen zijner ontferming op te dragen naar den Hooge o. Wonder mysterie der genade Te machteloos dacht ge u. Maar neen, nog niet machteloos genoeg hebt ge u zelf beleden. Wordt volstrekt machteloos, .... dan is uw Jezus bij u. En omgekeerd, hoe machteloos ook, en nabij der bezwijking weggezonken, nooit vertwijfeld mijn broeder nooit den staf der hope weggeworpen Hij, eens de machtelooste aller machteloozen, zit nu aan de rechterhand der kracht des Troons van God. ;
!
!
!
!
!
!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's