Practijk der godzaligheid - pagina 63
55
niemand
dan dat ons blad oorzaak zou woreen nieuwe „menschelijke persoonlijkheid" als „hoofd eener nieuwe school" op het schild te dragen. Dat ware een diep onheilig bestaan, dat we niet toejuichen, maar verfoeie)t zouden. En juist daarom, om aan dat heilloos gevaar te ontkomen, daarom juist „Laat is het van meet af onze bede, ons roepen, ons mancD geweest menschen de slipjes achterna van dat bewierooken, en menschen toch af T' te dragen: wat ons vereenigt is d'^ kerk van Christus En heeft nu de bedienaar des Woords zich in dien zin verootmoedigd en vernederd, dat hij weer zijn eigen hooge stem zwijgen laat, om de stem van den Heiligen Geest in den arbeid der kerk van alle voorafgaande eeuwen te willen beluisteren, en heeft hij zich aldus door dien heerlijken, zalvenden, godzaligen invloed laten conformeeren naar des Geestes dsch en laten con/^rmeeren in des Geesles vastheid, dan ja. moet en zal daar uit den aard der zaak ook het intiemere, ook het innigere, ook het persoonlijke bijkomen, door invloeden van den Heiligen Geest op zijn eigen hart. Of om een beeld te gebruiken. Een bedienaar van het Woord, die wel om persoonlijken invloed van den Heiligen Geest roept en smeekt en dien ontvangt, maar niet loopen wil in het spoor dat de Heilige Geest in den loop der eeuwen teekende, is hij niet aan een machinist gelijk, die zijn locomotief sterk stoom laat maken, maar vergat ze in de rails te brengen, en daardoor, in plaats van verder vooruit te komen, zich steeds dieper inboort in het zand? Terwijl omgekeerd een prediker, die wel aan het woord der kerk hangt, maar zonder eigen bezieling des Geestes voortbazelt, immers het beeld van de locomotief u toont, die wel ter goeder ure op de rails gezet is, maar er dof en onbeweeglijk staan blijft, omdat het gebluschte vuur niet ontstoken wierd in het fornuis. den,
zij,
die onzer gedenke,
om weder
:
XT.
FORMULIEREN VAN EENIGHEID. afzondert tracht naar wat bevermengt zich in alle bestendige wijsheid. De zot heeft geenen lust in verstandigheid, maar daarin dat zijn hart 1 en 2. Spr. 18 zich ontdekt.
Die
zich
geerlijks
;
hij
:
Practisch komt dus ten slotte de vraag hierop neer: „Hoe zal nu de kerk waken, dat de Heilige Schrift als Gods Woord in eere blijve en voortga met haar schat de geroepenen des Heeren te verrijken?"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's