Honig uit den rotssteen - pagina 137
!
!
!
123 niet ia hoort, eveaals een splinter u soms in het vleesch Dat moet ook weer uitgezworen. En daarom is het niet alleea maar de vraag, of ge in die gemeenschap zijt, maar of ge daarin God hebt, want dat juist is het kenmerk zijnde, genieenschap met van het echte er in en er bij en er toe hooren. Al wat er in is en aan God vast ligt, dat hoort er in; maar al wat er wel in besloten is, maar met God zelf niet is verbonden, dat zweert er nu of eeuwig
wat
er
schiet.
weer
uit.
Wie is nu de man die op zal staan en zeggen: Ik heb met dien God die echte gemeenschap Of om dan nu eiken schijn van verwatenheid weg te doen: wie is de man, die, ja, er toe geperst en gedrongen, maar dan toch uit de beklemming zijner ziel in vollen jubel juichen zal: Ja, waarlijk, God zij lof, ja, die volzalige gemeen!
schap heb ik
Wie? Niemand dan de zoodanige bij wien God het alzoo wrocht, en wien God de Heere in zijn binnenste door den Heiligen Geest er de vrijmoedigheid tot zulk een getuigen nog
als
tweede genade
bij
schonk.
het zegt, als het er niet is, die blaast zeepbellen tot zijn eigen verderf op. Wie het heeft en er meê schermen gaat zonder dat de Geest hem ver vrij moedigde, diens ziel wordt stram en dien vergaat
Wie
de sappigheid des levens. Maar bij wien deze twee zijn, én dat hij er in is, én dat de Geest in hem gebiedt: Spreek! die man ja, zal staan voor God en menschen, en zeggen Ja, bij God, ik leef, ik sta, en ik ben in die gemeenschap, ik heb die gemeenschap met mijn God En als zulk een dat zegt, dan is zijn woord als een bliksemstraal, die plotseling het donker van veler harten verlicht en openbaart wat er in is. Een toon die trilt met macht en wakker schudt. Een slag als van het dreunen van den donder in de stilte van veel nacht en van veel graven, waarin zielen te verkwijnen liggen. :
Dan Maar
is
het heerlijk
dat een ijdel bazelen van opgeschoten waterloten wordt, een getuigen der opgeschroefdheid, zoo maar niet uit de hoogheden en hoovaardigheden, dan walgt alle ziel er van, en vallen slechts de zenuwachtige en licht huilende menschen in den strik. God en Heere, bewaar ons toch voor die onwaarheden van den o. als
geestelijken
hartstocht.
Gemeenschap
met
U
is
zoo het heiligste, het
hoogste, het heerlijkste dat zich uit laat spreken, Geef het onzen lieven, Maar geef het aan velen, geef het ook aan ons in uw erbarmen bovenal blaas in die gemaakte, in die ingebeelde, in die voorgewende gemeenschappen, o. Proever der nieren, o. Kenner van ons hart! !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's