De leer der Verbonden - pagina 83
;
73 scherpe denker toch heeft zeer juist ingezien, dat aan een louter overgeërfde geestelijke smetstof nooit schuld kon kleven, overmits schuld nooit ontstaan of bestaan kan, waar geen intreden plaats greep van den wil. In zooverre komt derhalve aan Dr. Doedes zeer zeker de lof der consequentie toe. Edoch, om hem van achteren op nog veel gevaarlijker paden te doen uitkomen. Immers dan gaat men leeren (gelijk Dr. Doedes dan ook feitelijk doet), dat er in het jonggeboren kind wel zonde, maar geen schuld wordt gevonden, en dat er alzoo zonde zonder schuld denkbaar is. Een tegen het heilige geheel indruischende voorstelling, die van de zonde een soort ziekteproces, een zekere krankheid, een soort gebrekkelijkheid maakt, waarmee we eigenlijk reeds aan de moderne kusten zijn aangeland en de zonde in haar onheilig, Gods recht krenkend, karakter is vernietigd.
daarentegen, om aan deze driedubbele ongerijmdheid valsche voorstelling van de erfzonde varen, dan vraag, in welk ander en beter verband schuld en zonde
men nu
Laat
ontkomen,
te
de
ontstaat
alsdan
zij
deze
te plaatsen.
Hierop nu is het antwoord gereed. Niet de erfschuld, zoo leerde men in beter dagen, is een gevolg van de erfzonde, maar omgekeerd is de erfzonde het gevolg en de straf voor de erfschuld.
Solidhir schelijk
stond
geslacht
mensch was dus
in
voor niet
Adam, door het verbondsrecht, geheel het menGod verantwoordelijk. Afval van dien eersten maar persoonlijke ontrouw, neen maar afval van
nog de schuld van dien éénen aan alle menschen die tot aanzijn komen toegerekend, naar het woord van Paulus „De schuld is uit ééne misdaad tot verdoemenis." het geslacht. Uit dien hoofde werd en wordt
:
En omdat
deze toegerekende schuld, nu aldus voor onze rekening lag, reeds eer we ontstonden, daarom en uit dien hoofde heeft God de Heere, die ook ons persoonlijk rein en heilig schiep, ons de erfzonde uit onzen vader en onze moeder doen toe-
deze
erfschuld,
komen. Wil men hierbij nu wederom „volstrekt niets" van een Werkverbond hooren, zie dan eens waartoe men komt! Dan moet men aannemen, dat God als Schepper, een wezen, dat vrij van schuld was terwijl het anders kon; uit louter wilkeur door den stroom der zondige geboorte heeft laten doorgaan, om als zondig wezen het levenslicht te aanschouwen. Want immers de poging om deze „toegerekende schuld", ook zonder Werkverbond te verklaren, houdt geen steek. Wel is waar verklaart de Heere uitdrukkelijk, „dat Hij de misdaden der vaderen bezoekt aan
de kinderen tot in het derde en vierde geslacht dergenen die haten", maar reeds die eigen woorden toonen, dat men uit de afstamming nooit een overgaan van de erfschuld op alle geslachten
Hem
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's