Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Practijk der godzaligheid - pagina 201

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Practijk der godzaligheid - pagina 201

3 minuten leestijd

;

!

193

van den

hooghartige boven de diepe gevoeligheid van den teederen Nazarener hebben verkoren? Die, zelf aan de echte lijdzaamheid gespeend, weer de hoovaardige woeling van het morrend hart, in no»* hoovaardiger zelfbedwang hebben omgezet, ons inbeeldend dat we daarmee God vreesden; om straks, ook de taal der Schrift tegen de taal der wereld uitruil end, voor een Christelijk sterfbed uit te geven, wat niet anders toonde dan wat ook de afvalligen in hun doodsstrijd te aanschouwen geven, en daarmee den weg te banen voor dat ongeloovige roepen „Zóó sterven kunnen, zonder den Christus, ook wij !" Zóó sterven, o, gewisselijk, en zóó leven even licht; met alles, o, zoo kalm, zoo gelaten, zoo duldend en onderworpen om u heen, dat ge eer meenen zoudt naar Ezechiëls doodenvallei te zijn teruggeleid, dan u te bewegen in een maatschappij waarover Christus den adem des levens had doen uitgaan; die gedoopt werd met den doop der vrijmaking; en in een overgang jubelen durft in het leven uit den :

dood. Als een schimmenwereld wordt zoo van lieverlee de Christenheid in deze eeuw zonder manlijken hartstocht, zonder veerkracht en diep-

doordringend

gevoel.

Omdat men aan

niets

is er geen losgeen verliezen. Omdat men niet leven durft, is er geen sterven. Het is of er een tweede Messias is uitgegaan, die den blijden weer een droeve boodschap bracht; de verbondenen weer in hun bloed wierp; den getroosten het hart weer brak en den vrijgemaakten weer toesluiting der gevangenis uitriep; om uit te roepen het jaar van de vergetelheid des Heeren en bedwelming voor alle treurenden van hart; om het gewaad des lofs

scheuren.

Omdat men

niets waarlijk bezit,

is

hecht,

er

in onaandoenlijkheid, de vreugdeolie in dof heid der ziele te verkeeren en u in stee van een door Christus verjongde, vernieuwde, en wel lijdende, maar in dat lijden gelukzalige gemeente, een menigte van zoo kalme, zoo gelatene, zoo stille, zoo zwijgende, zoo geduldige personen voor uw wereld te geven, die van Jobs murmureeren volstrekt niets meer begrijpen, en zich, o, schreiende satyre, nog inbeelden, dat ze, zij 't ook uit eigen deugdzaamheid, 7iavolgers zijn van ht Lam.

Maar, God zij lof, zóó is onze heilige Christelijke belijdenis niet. Niet te verkwijnen, maar te leven; te leven met al de spankracht waar uw hart op is aangelegd; voor altijd fijner indrukken vatbaar; voor al teederder gevoelens aandoenlijk; nuchteren, niet bedwelmd; rustig, niet overspannen; en dan een kruis dragend veel pijnlijker dan een onbegenadigde ooit droeg, maar onder dat kruis nochtans wel te moe, bezield, verheugd, vol hope, aldus moet het levenstoon onder u zijn, gemeente van Christus, wilt ge u nog naar dien Vorst der Lijdzaamheid noemen Het lijdensmysterie voor den Christen is niet, dat hij de scherpte van het lijden zal afstompen; de zwaarte van de smarte zal verminderen; het vlijmende der pijn zal inkrimpen; noch ook, dat hij, als •

VI

13

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's

Practijk der godzaligheid - pagina 201

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's