Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Heils termen - pagina 25

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Heils termen - pagina 25

3 minuten leestijd

15 evenzeer van gevallen engelen in de bezetenen van Gadara en te Filippi. Ook de werkingen toch van de geesten uit den afgrond vinden in liet niet-Israëlietisch, maar heidensch. leven der wereld heur laatsten grond. Dat we de dichterlijke boeken niet mederekenen, zal ieder billijken, die weet, hoe de poëzie niet naar juistheid en afronding van begrippen streeft, maar geheel den schat der menschelijke taalvormen doorwoelt en uitmonstert, om de overstelpende beweging van haar leven uit te drukken. Dit zeer opmerkelijk gebruik van den naam „de Allerhoogste" bewijst dus voldingend, hoe scherp we in de Schrift onderscheiden moeten tusschen die „namen Gods," waarin de Verbonds-God zich opzettelijk aan de zijnen geopenbaard heeft, en die andere namen, die, niet door den Heere zelven gegeven, uit het leven der wereld in de Schrift zijn ingedrongen. Juist door die tegenstelling wordt het te duidelijker, waarom de drievuldige Naams-openbaring des Heeren zoo nauw en innig met de drievuldige verbondssluiting samenhangt. ééne bedenking zou hiertegen geldend kunnen gemaakt Slechts worden, die daarom vooraf moet worden weggenomen. Behalve het verbond met Abraham, met Israël en met de gemeente van Christus wordt in de Schrift ook zoo zou men kunnen tegenwerpen nog een vierde verbond genoemd, door den God des zondvloeds met den uit dien vloed geredde, met Noach. Dit feit moet erkend. Uitdrukkelijk spreekt de Heere Gen. 9:9: „Maar Ik, ziet. Ik richt mijn A^erbond op met u, en met uwen zade na u," en evenzoo in VS. 11: „En Ik richt mijn Verbond op met u," en vanden „regenboog in de wolken," wordt gezegd: „Dit is het teeken des Yerbonds, dat Ik opgericht heb tusschen Mij en tusschen alle vleesch dat op de aarde is." Maar hoezeer dit feit ook met het karakter der verdere Bondssluitingen schijnt te strijden, werkelijk stemt het daarmee volkomen overeen. Immers, we zagen dat de „Naamsopenbaring" uitsluitend tot het gebied der bijzondere openbaring beperkt is en het niet-Israëlietische uitsluit. Onder die openbaringen nu mag het verbond met Noach daarom niet gerangschikt worden, wijl de openbaring der uitverkiezing eerst op verwijderden afstand, bij zijn zonen begint, en bij Abraham eerst helder in het licht treedt. Opzettelijk wordt tot Noach gezegd, dat het opgerichte verbond, niet slechts de gemeente des levenden Gods geldt, maar „alle vleesch, dat op de aarde is" Zeer zeker. Ook van dit verbond gold het „tusschen u en uwen zade;" maar men vergete daarbij niet, dat Noach' s nakomelingschap de ongedeelde en ongemonsterde bevolking der gansche aarde is. In zooverre dus het verbond met Noach volstrekt niet tot de bijzondere heilsopenbaring behoort, zou een „Naamsopenbaring" bij het Noachietisch verbond met den gang der geheele Schrift in strijd zijn geweest. Deze kan eerst komen, als de stroom der heilsopenbaring, van de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's

Heils termen - pagina 25

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's