Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil in ons - pagina 217

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil in ons - pagina 217

3 minuten leestijd

207 den mensch in zijn uitwendigen omgang met zijn medemenschen, de hoedanigheden des gemoeds daarentegen op den mensch in zijn verhouding tot het oneindige betrekking hebben. Bij den kunstenaar vindt men niet zelden een gulhartigheid en openheid, die geheel in overeenstemming zijn met de geestdrift, de sfeer van bewondering en verrukking waarin hij leeft, terwijl de gewone levensvormen van recht en plicht, van soberheid en kuischheid niet zelden in het kunstenaarsleven weinig worden geacht. Bij de Wederdoopers vond men een hoog ontwikkeld enthousiasme en zeldzame bezieling voor het ideaal, een grenzenlooze dweepzucht, en toch vuigen wellust en boosaardige wreedheid er mee vermengd.

De Stoïcijnsche naturen zijn meestal koel, afgemeten, teruggetrokken en afstootend, maar in gelijke mate nauwgezet, ordelijk, rechtschapen. Terwijl, omgekeerd, in menigen kring, waar warme bezieling u tegenruischt, het hart u opengaat en de geestdrift u meesleept, een losheid van leven heerscht, die u een raadsel schijnt. De Farizeën zijn uitwendig onberispelijk en braaf, maar Jezus zegt dat de hoeren en tollenaars hen zullen voorgaan in het Koninkrijk der hemelen. Nog heden ten dage vindt men twee stroomingen in het menschenleven. Braaf, deugdzaam, ordelijk te zijn is het ideaal der eersten. Te blaken van geestdrift, in bewondering en aanbidding weg te zinken, te leven uit het geloof, het hoogste wit der anderen. Bij zijn kinderen bespeurt men het reeds. Twee kinderen zult ge vinden van dezelfde ouders, weinig verschillend in jaren, en het eene is gezeggelijk, meegaand, stipt, ordelijk, maar zonder enthousiasme, nooit dwepend, altijd koel, terwijl het andere leeft in hoogere dingen, warm en bezield is, maar door het telkens uit den band springen der ouderen leven vaak bitter maakt. Genoeg reeds ten bewijze, dat de onderscheiding, waarop we wezen, niet door ons gemaakt is, maar feitelijk in het leven bestaat, en om strijd door de geschiedenis, door onze omgeving en door onze huiselijke

ervaring bevestigd wordt.

Dringen we nu tot den diepsten grond van deze tegenstelling door, dan dient erkend, dat de hoedanigheden van het gemoedsleven alle betrekking hebben op onzen onmiddellij ken omgang met God. Wel weten we, dat ook deze hoedanigheden door de zonde misbruikt, van haar voorwerp afgeleid en zelfs tegen God gekeerd kunnen worden. Bij den kunstenaar zien we dit maar al te vaak. Onze tijd is rijk aan voorbeelden van dwepende geesten, die niet God, maar hun ideaal aanbidden. Geheel de afgoderij is ten bewijze, waartoe deze bewegingen van het gemoedsleven, indien ze zich niet op het ware voorwerp richten, den verdoolden mensch brengen kunnen. Maar niettemin blijft het waar, dat in 's menschen schepping het gemoedsleven aan het zedelijk leven voorafging.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Het heil in ons - pagina 217

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's