Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 30

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 30

2 minuten leestijd

!

!

!

!

16

Maar nog gaf Jeremia het niet op. Dat waren dan ook jnaar de arme, eenvoudige lieden, de min-ontwikkelden, die de wet niet kenden. Nu zou hij dan eens naar de beschaafde klasse gaan, naar de grooten en machtigen, naar die op grachten en in paleizen wonen (vs. 5). Edoch, ook daar beidde hem dezelfde teleurstelling, en hij moest ook van hen tot zijn God klagen: „Ze hebben te zamen, d. i. met den arme, het juk verbroken en uw goddelijke, heilige banden verscheurd

!"

(vs.

5).

was Jeremia nog niet aan het einde van zijn mededoogen, en nog vliegt hem de gedachte door zijn „Hoe als dit geslacht dan nu eens voorbijging en wegstierf en ziel: de Heere zich een nieuwe gemeente bouwde M^ï de kinderen! Dan was het mi te veld staande gewas wel mislukt, maar gered wat daarna kwam! Dan zou met nieuwe tongen onder de nakomelingschap Gods glorie in .Jeruzalem schitteren!

Maar

zelfs

toen

vindingrijk

En

het einde zou heil zijn

En immers dit had zoo kunnen wezen. Soms belieft het den Heere metterdaad de genade één

of twee

geslachten te laten overspringen, en in de kinderen weer zijn eere op te brengen, die in de ouders onderging. Maar toch, dat is uitzondering. Meestal gaat het zoo niet. Eegel zelfs is het, dat de kinderen nog verder dan de vaderen afwijken.

En

dat

kinderen

der

het ook te Jeruzalem Jeremia's smeeking: „Heere, vergeef ze dan om wil!" het ontzettend, hartaangrijpend antwoord aldus

nu was

zoo

Vandaar

op

„Hoe zou Ik ze kunnen vergeven! Want immers ook hun kinderen verlaten Mij, en dolen zelfs nog verder af, zwerende bij andere dingen, die niet God zijn!" Zoo was het dan met Jeruzalem uit! luidt:

wat oordeelt ge van onzen toestand? Staan wij hooger? Is er plaats voor roemen? Is er bij ons wél een schare die de waarheid zoekt? Ook bij onze kinderen?

En nu

Zie

o.

om u

als ge de lieden met graagte een orthodox lezen? Of grijpen naar een stichtelijk geschrift? Graag luisteren naar een gereformeerde, d. i. van dwaling gezuiverde prediking? Is het dat? Dan, o ja, dan zijn er die de waarheid zoeken nog bij

Is dat

boek

waarheid zoeken,

ziet

duizenden „waarheid zoeken," is dat de leugen tegenstaan; bedrog velen kunnen; er op staan dat men zich voordoe gelijk ihen is, nog eens, als dus veel spreken en roepen over „waar zijn!";

Of ook, niet

en

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 30

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's