Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Heils termen - pagina 30

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Heils termen - pagina 30

3 minuten leestijd

20 leven

uit

den

dood

g:eo;even,

dan

deed

Hij

dit

slechts

wijl

zijn

Wezen dit eischte. Eindelijk „Hij zal zijn, die Hij zijn zal." Dus kan ook in de toekomst niets de Openbaring van zijn wezen verhinderen. Ook, wat Hij in de toekomst zijn zal, wordt uitsluitend door zijn Goddelijk wezen bepaald. Het behoeft derhalve nauwelijks aanwijzing, hoe geheel de rijkdom van ons geloof in dien éénen Naam besloten ligt. Wordt de Heere uitsluitend door zijn eigen wezen bepaald, dan doet Hij ook niets om den mensch, maar alles uitsluitend om Zich zelf, om zijnen heiligen Naam. Hij leeft alleen uit zijn wezen, Hij werkt alleen naar den aard van zijn wezen. In Hem, niet in zijn schepsel En dan eerst kan de mensch ligt de grond van zijn heilig doen. derhalve „medearbeider Gods" worden, zoo het Wezen Gods in gemeenschap met hem treedt en de Heilige Geest in hem woont. Maar ook. Ligt in den Heere zelf alleen de grond waarom Hij dus, en niet anders, werkt, dan moeten alle dingen zich ontwikkelen naar zijn eeuwigen raad. Dan kan het Godsrijk niet de onzekere uitkomst zijn van een wisselvallige slingering tusschen het doen Gods en dat der menschen. Zij hebben geen wezenheid in zich zelven, zoodra ze zich afscheuren van hun levenswortel, die in God ligt. En Hij doet, wat Hij aan hen doet, niet, wijl het hun welgevallig is, maar wijl Ook boete, óók bekeering, óók zijn hoogheilig Wezen het dus eischt geloof dus, en op dat driedubbel voetstuk het kind Gods, maar zóó, dat geheel dat voetstuk met het kind Gods weg zou vallen, zoo niet beiden geplaatst werden op de „eeuwige verkiezing" als op hun eenigen grond. Eindelijk. Bestaat Hij alleen voor Zichzelf, en rust het Wezen van alle schepsel alleen in Hem, dan kunnen we nooit of nimmer, ook niet na de wedergeboorte, iets in ons zelf worden, maar moeten we uitsluitend leven door het geloof. „Ons leven, is met Christus verborgen in zegt de Apostel God." Dus wij ontwikkelen, wij kweeken ons eigen leven niet, om in den jongsten dag voor God te verschijnen, zeggende: „Zie hier mij, en het leven, dat ik gewonnen heb;" als brachten wij datieven, elders gekweekt, in den hemel binnen; maar wat nu ons leven is, of ooit ons leven zijn zal, het ligt in dien hemel, het ligt daar nu nog verborgen, het ligt daar in Christus bezegeld; en, eens dien hemel ingaande, zullen wij er niets brengen, maar zal ons in heerlijkheid geopenbaard worden dat leven, dat daar nu reeds voor ons is. om Spreek dus van deugd, van gerechtigheid, of van heiligheid, heeft Hij het even, het wezen van dit alles ligt slechts in God. Alleen het. Niet gij hebt het Hem te brengen, maar het is zijn genade, dat ge het van Hem ontvangen moogt. En evenzoo, wordt ge door Hem begenadigd met de uitnemendste

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's

Heils termen - pagina 30

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's