Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Practijk der godzaligheid - pagina 230

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Practijk der godzaligheid - pagina 230

2 minuten leestijd

Calvijn,

omdat

sy

en

niet

ooc

vele

verstaen,

meynen dat

ganschelic, gelyck of het

hruyc daervan

niet

het niet zoo noodich en

is,

dewijl

wat nut daeruit comt; sommige verworpen wel

en

te

vergeefs ware^ ende als

weet^

so

can men

men

*t

het ge-

lichtelick tot super*

stitie vallen."

Die woorden van Calvijn nemen we als de onze. Thans zijn bijna allen, leeraars en leeken, in de dwaling vervallen, waarvan Calvijn zegt, dat ze reeds in zijn tijd „sommige" ontsierde. Bijna ieder meent thans „dat het vasten niet zoo noodig is;" en verreweg de meesten „verwerpen het geheel." Gelijk destijds, zoo moet ook thans die dwaling bestreden. Het moeten rechte paden zijn, waarop we wandelen, afbuigend ter rechter-

noch

ter linkerzijde.

De middelen om

ons tot godzaligheid te verwekken, gelijk Calvijn tijd niet verminderd, maar vermeerderd. tot haar vasten komen. Calvijn er voor ijverde, maar wijl hij er voor ijverde naar

moeten in onzen dorren De Christenheid moet weer

zegt,

Niet wijl de Schrift.

Op Gods Woord komt

het aan. rechtzinnigheid bestaat thans in de aanwijzing dat Gods Woord, in sommige deelen, met hun ziens wijs overeenkomt, terwijl ze zich inmiddels allerlei meeningen in strijd met dat Woord veroorloven, en gansche stukken uit die Schrift als niet geschreven ter

Veler

zijde laten. is niet godvruchtig, maar zondig. Aldus mag men met het Woord niet spelen. Wie rechtzinnig wil zijn, moet erkennen dat er strijd is tusschen de gedachten die in de tale des menschen en de gedachten die in het Woord Gods liggen; inzien dat de wereld, het leven, de mensch en diens ziel in Gods Woord anders besproken worden dan de wereld ze bespreekt; en dat derhalve, om in deze kunsttermen te spreken, Gods Woord een wereld- en levensbeschouwing, een anthropologie en vlak tegen het onder menschen gangbare psychologie heeft, die

Dit

overslaat.

Nu zijn er tal van leeken en leeraars, die nog geen andere anthropologie of zielkunde kennen, dan de wereldsche wetenschap hun aanbracht, en nu op den grondslag van deze gegevens een soort godsdienstig

stelsel

optrekken,

dat

in

meer

dan één punt niet met de

Schrift overeenstemt.

Dit rangschikt men onder de schakeeringen, die de rechtzinnigheid, zoo men waant, zou toelaten. Het heeft er niets van. rechtzinnig te zijn, moet men Gods Woord tot bron kiezen,

Om

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's

Practijk der godzaligheid - pagina 230

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's