Het heil in ons - pagina 157
147 o lief,
maar
om
mijn vijand bekreun ik mij niet. Geen haat dus, maar Alleen liefhebben die u liefhebben. Groeten wie
onverschilligheid.
u groet." Terwijl de volmaakte, de hoogste trap van liefde in de goddelijke gedachte schuilt: „Heb uw naaste en uw vijand lief." Nu is er op elk dier terreinen, niet waar, nog verschil in graad. Leert ge het haten van den vijand af en legt ge op dien boozen hartstocht voorgoed den ban, dan reeds stapt ge over op een hooger levensterrein. En komt ge er toe om te erkennen, dat dit nog niet genoeg is, maar dat die vijand zelfs met liefde achtervolgd moet, dan doet ge nogmaals een schrede naar een ander en hooger levensniveau zonder het nu daarom in die vijandsliefde aanstonds tot den hoogsten graad te hebben gebracht. Wat Jezus nu in deze prachtige pericoop wil, is blijkbaar niets anders dan zijn jongeren toeroepen „U, als mijn volgelingen, voegt het niet, op dit lagere niveau van liefde te blijven staan; gij moet tot de volma-aktheid voortvaren; en overtreden op dat hooger levensterrein, waar de liefde naar de liefde Gods wordt gemeten, d. i. ook den vijand minty „Dat God ook den vijand mint," is heel het Evangelie, want wie zichzelf niet als een vijand Gods leerde kennen, ving toch den adem des levens nooit in zijn neusgaten op. En die grondtoon van het Evangelie nu „dat God ook den vijand mint en weldoet die Hem haten," of m. a. w. dat er genade, dat er in de liefde ontferming en barmhartigheid is, zie dat is haar hoogste dat is haar reinste levensopenbaring; ontplooiing, daarin is zij volmaakt. En wijl nu het Evangelie komt om te begenadigen, maar ook, om door die begenadiging aan den zondaar kracht te leenen, om op zijn „Toen gij vijand waart beurt genadig te zijn, roept Jezus ons toe van God gemind, maar opdat gij nu ook zelf uw vijand zoudt weten lief te hebben. Aan u de volmaakte liefde gewerkt, maar opdat gij nu ook in liefde zelf volmaakt zoudt zijn, gelijk uw Yader in de :
-.
:
hemelen volmaakt
En is,
blijkt
Wat
zoo,
toch gaat vooraf?
Door uw lief,
is."
en zoo alléén de juiste zin van dit woord verklaard èn uit wat onmiddellijk voorafgaat èn uit Efeze 5:1.
dat
doch
Schriftgeleerden, zegt Jezus,
haat
uw
vijand;
maar
is
gebazeld: Hebt uw naaste Hebt uwe vijanden lief;
ik zeg u:
zegent ze die u vervloeken enz., opdat gij (dit doende) kinderen moogt zijn van uwen Vader die in de hemelen is. Weest dan zoo hervat de Heere dan aan het slot weest dan, als om het „opdat gij kinderen moogt zijn" nogmaals te herhalen: „Weest dan gijlieden in de liefde
—
—
volmaakt
gelijk
zijn kinderen!"
uw Yader
in
de
hemelen volmaakt
is.
Ook
daarin
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's