Het heil in ons - pagina 165
155
wanneer
het volmaakte zal gekomen zijn, dan, raaar ook dan hetgeen ten deele is, worden te nüt gedaan^^ (1 Cor. 13 9 en 10). Een getuigenis, daarom van zoo uitnemende waarde, wijl het in één krachtigen trek geheel het verschil tusschen nu en dan, tusschen het rijk van Jezus hier en het rijk van Jezus in de heerlijkheid, tusschen de gemeente onder het Kruis en de gemeente met de Kroon, aanduidt: het Dolmaakte eerst hiernamaals en het im dt^ele nu Wel weten we zeer goed, dat de apostel hier van kennis en van profetie en niet van „heiligheid" handelt. Maar we weten toch ook, dat de apostel allerminst boekengeleerdheid en nog minder ingebeelde kennis bedoelt en dus alleen van die kennisse handelt, die vrucht van de zalving des Geestes, met de ontwikkeling van het geestelijke in ons gelijken tred houdt. En nu, is metterdaad dit Schriftgetuigenis niet het beste slot, waartoe we komen konden? Of oordeelt ge dan niet met ons, lezer, dat, hoe ook genomen en hoe ook bedoeld, alle menschelijke reducatie èn betoog èn woord ter overtuiging, wegvalt en machteloos blijkt vergeleken bij den overweldigenden indruk, die ons hart wordt ingeprent door de solemneele taal van majesteit van Gods Heilig Woord? En, in der waarheid, indien er dan ook, naar den aard des geloofs en de natuur der liefde, nog eenige stille hoop op den bodem van ons hart mocht omdolen, dat wellicht ook voor een enkelen dezer Perfertisten zelven terugkeer tot de oude paden mogelijk was, dan willen we er wel voor uitkomen, dat we voor dat zoo gewenschte en
doch
eerst, zal
:
!
afgebeden doel, w^aarlijk niet het wachten, maar alleen boawen op
minste van ons eigen woord verde macht en het getuigenis der
Schrift.
In de Schrift kan men niet wonen, aan die Schrift zich niet met de liefde van zijn hart overgeven, in haar heilige wateren zich de matheid en dofheid der ziel niet afwasschen, zonder op den duur, ongezocht vaak en onbewust, zelf weer vreemd te worden aan wat vreemd is aan haar wezen. De Schrift bezit zulk een kracht ter gezondmaking, en als eenigen afdoend medicijn tegen elk ziekteverschijnsel op geestelijk gebied, is, met „instrumenten van Sathan ter verstoring," zoolang ge niet maar nog met oprechte belijders van uw Heiland te doen hebt, een bannen voor een tijd uit huis en hart van al wat niet de Schrift is, om eeniglijk door haar en haar alleen u te laten beademen, op de proef steeds het raadzaamst gebleken. En daarop is onze hope te meer bij dit ziekteverschijnsel gebouwd, èn wijl het er reeds zoo dikwijls door overwonnen is, èn omdat metterdaad bij juister inzicht in de geheele structuur van het heilgebouw deze droeve afwijking van het waterpas vanzelf in al haar onhoudbaarheid uitkomt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's