Dat de genade particulier is - pagina 71
.
!
!
61
YIII uiteen zette) tegen de onveranderlijke wezenseigenschappen van de hooge Godheid; maar evenzoo kwalijk te rijmen valt met wat Gods heilig Woord ons openbaart over den pe^'soon van den Verlosser. We hebben natuurlijk, zoo dikwijls we in stillen eerbied den persoon van den Verlosser in het diepst van zijn wezen zoeken te grijpen, niet alleen met zijn goddelijke en menschelijke natuur te doen, maar ook met zijn verordineering Onder die „verordineering" van den Christus verstaat men, de vaste en onwrikbare bepalingen, die in den raad Gods van eeuwigheid af gemaakt zijn, over de roeping die de Christus zou hebben te volbrengen, de taak die hij zou hebben te vervullen, de plaats die hij in de historie zou hebben in te nemen. Er is niet maar een kindeke Jezus geboren, dat van lieverlee, bij het opwassen, een pad leerde betreden, dat uitliep op Golgotha. En God heeft niet maar den loop van dien mensch Jezus tot op Golgotha ziende, hem alstoen, bij maniere van loon voor zijn arbeid, „den naam boven allen naam" toegekend. Maar én kribbe én kruis én kroon waren rechtstreeksche uitvloeisels en uitwerkingen van een beraamd plan, van een vooruit vastgesteld wilsbesluit, van een voorverordineering Gods. Jezus zou komen
om te lijden, om te sterven, en om, door lijden opgeklommen, de Bezieler, de Beschermer, de Bedauwer van zijn Gemeente te zijn. Daartoe ging hij niet eerst door wilskeus over, toen hij als mensch op aarde omwandelde, maar tot die bediening was hij gezalfd, d. i. verordineerd, beroepen, gewijd en geheiligd van eemvigheid. niet waar? stemt ieder toe. Dit De Schrift duldt op dit punt geen tegenspraak tot
heerlijkheid
—
—
Maar mogen we dan nu verder vragen Staat die verordineering nu in verband met Jezus' persoon, of hebben die beide niets met elkander uitstaande ? :
persoon alzoo geopenbaard als juist hoorde en paste, om aan te beantwoorden, of wel, was de aanleg van dien persoon meer onverschillig, zoodat er naar vrije wilskeus ook iets heel anders uit had kunnen woiden, en is eerst van lieverlee die eerst min geschikte, min passende persoon in die verordineering ingegroeid en er voor gereed gekomen? Men doorzie de diepte van die vraag wel Ze handelt van niets minder dan van den diepsten samenhang, die er van eeuwigheid af bestaan heeft tusschen den Verlosser, het Verlossingswerk en de Verlosten. Van tweeën één toch moet waar zijn: Die Verlosser behoorde ook in zijn persoonlijk wezen hij het verlossingswerk, of wel hij hoorde Is die
die
verordineering
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's