Dat de genade particulier is - pagina 39
29
.
Goden als natiën waren waaruit dan weer voortvloeide, dat elke natie haar eigen Verzoener zocht. Dit dwaalbegrip deelden eenigermate ook de Joden, die Jehova als hun specialen God beschouwden, en dus de kracht van den Verzoener daarin zochten, niet dat hij mensch, maar dat hij Joo(i geworden was; en dat diensvolgens naar Gods wil de zaligheid alleen beschikt was voor den Jood, of voor wie eerst Jood wierden. En tegen die onware, dwaze voorstelling nu komt de Heilige Geest op, getuigende: „Neen, niet alzoo, maar naar Gods raadsbesluit gaat het heil naar all-^ natiën uit, als behoorende alle ziel tot het ééne menschelijke geslacht. Dus naar Joden én heidenen; want er zijn niet vele Goden, maar er is voor alle natiën saam slechts één levende God; en dus ook niet voor elke natie een Kedder, maar slechts één Middelaar tusschen God en alle natiën en die Christus is Middelaar, niet omdat hij Jood is, maar overmits hij mensch werd." Vraagt men voorts het bewijs, dat Paulus te dezer plaatse metterdaad aan deze tegenstelling van „den Jood en de natiën" gedacht „waarover ik gesteld ben, heeft, zie dan slechts vlak daarop, vs. 7 15, 2 Tim. 4 17 en een leeraar der heidenen'' (Coll. 3 Tim. 1 Tit. 2 14.) En wil men nu ten slotte ook weten, of deze uitlegging, die alzoq, uitnemend blijkt te passen op het 5de en 7de vers, dat volgt, nu ook goed loopt met de eerste drie verzen van het hoofdstuk, die voorafgaan, dan zij men zoo goed, ook die eerst in eigen ;
;
:
:
:
:
Bijbel weer
Er
na
te lezen.
staat namelijk:
„Voor
alle
dingen (wat ook hier weer niet be-
teekent voor alle mogelijke dingen, maar voor alle andere dingen die ik u in dezen brief zeggen ga) voor alle dingen dan, vermaan ik u, dat er smeekingen en voorbiddingen en dankzeggingen geschieden voor alle menschen, voor koningen en allen die in hoogheid gesteld zijn; want dat is goed en weibehaaglijk voor onzen God en
Zaligmaker, die wil dat alle menschen zalig worden en tot de kennis der zaligheid komen." Zeer duidelijk slaat dat alle menschen uit het slot dus op dat eerste „alle menschen" terug. Er moet voor „alle menschen gebeden" en dat kan en mag en moet, omdat het gebed op de belofte moet steunen, en de belofte vast ligt in het besluit, en ook dat besluit alle metischen omvat. Dit is duidelijk, niet waar? Ons bidden doet het niet, maar wel het bidden op grond van de en die beloften zweven weer niet in de lucht, maar komen belofte, uit Gods raadsbesluit en zijn er de openbaring, de bekendmaking, de meêdeeling van. Voor „alle menschen" kunnen we dus dan eerst bidden, met hope op verhooring, indien we weten dat er een belofte voor „alle menschen" ligt, en indien die belofte, weer rust op een raadsbesluit, dat „alle menschen" omvat.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's