Honig uit den rotssteen - pagina 260
!
!
246
Toen drang naar Jezus;
schuilen onder de vleugels zijner teedere „Heere, behoed ons, wij vergaan!" Maar toen hij behoed had, en de wolf afdroop, toen afzwerven voor dank en de heerlijke, kostelijke, dierbare Herder der zielen vergeten. En uw eigen ziel, weet ze er ook niet wel van? Toen Jeschurun vet wierd, de ziel vermagerd, en toen de tanden ons geknerst werden, een angstig vluchten naar den Heere
liefde; roepen:
'
Waarom
verzoekt de Heere, vragen we dan nog, half bedillend want God verzoekt niemand, maar waarom stuurt God den Verzoeker op ons af? Alsof het antwoord er niet al lang was Om u weer naar zich toe te laten drijven; om u weer bij zich te hebbt^n; en om hot u weer waar te maken: „Die in de schuilplaats des AUerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduw des Almachtigen!" Loopt een herder niet meest met een schaapshond bij zich? En nu wat is die schaapshond voor de lammeren eigenlijk anders dan een wolf onder het appèl van zijn herder? Een lammetje is voor dien grooten hondebek even doodelijk bang als voor een wolfsmuil. Zie het arme diertje maar van schrik en angst eens opvliegen, als de hond aan komt rennen. Dan stuift het lam letterlijk weg. Als de herder een wolf kon hebben, die ook aanbeet, maar niet doorbeet, en afliet als hij floot, dan zou zoo'n wolf nog beter zijn dan een hond. Dan zou de herder geen hond nemen. En de wolf zou de schapen nog beter bij den herder houden. Maar dat kan niet. Een herder in de velden heeft over den wolf geen macht. Zijn lam zou worden weggesleurd en zijn schaapje vermoord. Daarom wacht de herder niet op het komen van den wolf. Hij neemt een tusschenbeiden dier. Een dier dat den wolf vervangen kan.
Of
liever,
:
Een hond. Maar God de Heere De wolf van God
is
machtiger dan die herder der velden. is Satan, de moorder der zielen van den
dat
aanbeginne, op het lammerenbloed belust. En dien zielewolf nu, dien Satan heeft God de Heere allervolkomenlijkst, wat wij zeggen zouden, onder zijn appèl. Zonder Gods wil kan die verslinder zich roeren noch bewegen. Al staat hij vlak voor een lam, met den muil open, en God laat het niet toe, dan kan Satan geen klauw zelfs in de vacht zetten, laat staan een schramp geven in de huid. Bij dien heerlijken machtigen God is het dus geen spel, maar een zeker werk. De heilige Heere weet op een haar hoever het gaan kan, en waar Satan niet en waar hij wel moet weezen, en wanneer Satan weer door het goddelijk bevel wordt teruggehouden, dan staat hij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's