Het heil ons toekomende - pagina 90
80
XII.
DE VERBREKING EN HERSTELLING VAN HET TWAALFTAL. Ben
ik niet een Apostel ? 1
De
Cor.
IX
:
1.
reikende invloed, dien de Apostelen door liun canonieke uitoefenden, kan niet wel ter sprake gebracht, zonder de vraag te doen rijzen, in welk verband de Apostolische roeping van Paulus tot het Apostolaat der Twaalve stond. Verreweg het grootste deel der Apostolische letterkunde is van zijn hand. Hij schreef minstens dertien der een en twintig canonieke zendbrieven. Zijn uiteenzetting van het Christendom komt tot scherper begripsontleding dan een der overige Apostelen gewaagd heeft. Hij heeft meer dan één hunner een beslissing gegeven voor tal van practische vragen, die het Gemeenteleven beheerschen. Het is langs de door hem getrokken lijnen dat zich reeds achttien eeuwen lang de Christelijke Gemeente bewoog. ver
geschriften
Maar hoe nu? Behoort Paulus dan tot het Twaalftal? Of, indien niet, is de kring van het Apostelschap dan niet aan het Twaalftal gebonden? Is er voortzetting van het Apostolaat ook na de Twaalve? Ligt er misschien waarheid in de Irvingiaansche bewering, dat er ook sinds nog andere, even wettig geroepen en door getuigenis der Profeten bevestigde Apostelen zijn opgestaan? Paulus behoort niet tot het Twaalftal.
Het feit moet erkend en opmerkzaamheid tot zich. Immers het Twaalftal duidt geen toevallig cijfer aan. Zelfs mannen, wier geloof aan de Openbaring geheel wegviel, stemmen volmondig toe, dat het Twaalftal in en buiten
trekt terecht de
de Schrift een eigenaardige, licht verstaanbare beteekenis heeft. Door het cijfer drie wordt de goddelijke volkomenheid, door het getal vier het leven der wereld aangeduid. Beide met elkander vermengd en vermenigvuldigd geven het getal Twaalf, dat mitsdien naar de woorden van den rationalist BaHB, in zijn Symholik des Mosaiïschen Cultus, I, p. 201, „een deel der wereld aanduidt, in welks midden God de Heere leeft, en waaraan Hij zich openbaart, een volk of gemeente,
door aandrift van Gods ordening geleid." Slechts de min nadenkende zij herinnerd aan de vaste en alles beheerschende beteekenis, die het Twaalftal ook voor de natuur en den sterrenhemel heeft door de indeeling van den Dierenriem in twaalf Beelden, tengevolge waarvan het jaar twaalf maanden, dag en nacht elk twaalf uren hebben. Geheel het menschelijke leven is zoo
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's