Practijk der godzaligheid - pagina 161
153 hoeveel te zwaarder oordeel van ontrouw zal en liet vangen; moet dan niet gaan over die vele herderen, die de kudde verscheuren zien en het desniettemin nog vroom noemen, om het kwaad in 's Heeren huis te laten doorzieken. Van harte ondersteunen ook wij dus de meening, dat de strijd voor de kerken des Heeren allereerst aan de personen in het ambt opgelegd en dat zij met name nooit een ure mogen wijken met is
de kat
onderwerping. Zij zijn de eerst geroepenen, de best geoefenden, de scherpst gewapenden. Alleen waar zij voorgaan, kan de strijd met orde gestreden. Met geestdrift gaat dan 's Heeren volk hen na.
Edoch,
Er
zie
wel
dat ook hier geen schijn misleide. die, dit alles vlakuit toegevend, er evenwel deze maken: „Maar voor mij zal de strijd zich bepalen
toe,
zijn er namelijk,
nadere bepaling bij J'* tot een strijden door prediking van het Woord Dit nu zou ganschelijk van de baan helpen en op niets dan zelfmisleiding en oogenverblinding uitloopen. Immers een persoon in het ambt is geroepen tot gehoorzaamheid in elk deel van zijn ambt. Zie, gehoorzaamheid in het ééne deel ontslaat u volstrekt niet van uw gehoudenheid tot even besliste gehoorzaamheid in het andere deel. Hieruit volgt dat een diaken in zijn ambt heeft te strijden op zijn wijs en naar de aard van zijn ambt is. Maar ook dat een ouderling heeft te strijden naar de ordinantie van zijn roeping. Letten we daarbij nu allereerst op de leerende ouderlingen, ook dan vernemen we uit het Eormulier, dat naar leeraars genaamd, luid onzer kerken, tot het ambt der leeraren o. a. behoort: lo. „Te wederleggen met de Heilige Schrift alle dwalingen en ketterijen,
die tegen de Heilige Schrift strijden;"
en 2o. „So is het werck der dienaren des Woorts de Gemeinte Gods in goede discipline te houden ende te regeeren in sulcke manieren als de Heere verordineert heeft," Hieruit ziet men, dat de predikanten die zeggen er van af te zijn, indien ze maar gereformeerd prediken, en voorts nalaten, het in de kerki-e geering ingeslopen kwaad te bestrijden, verzaken hetgeen tot hun de belofte niet nakomen, die ze plechtig hebben afgelegd; en alzoo in een gereformeerde kerk niet kunnen bestaan. Een predikant heeft, naar luid van ons Eormulier, verlerlei dienst en wel lo. van de prediking, 2o. van de gebeden, 3o. van de sacramenten en 4o. van de kerkregeering. Al deze vier; niet drie; niet twee; niet één; maar vier. In elk dezer vier heeft hij én de kerke in welstand te houden én gevaar van haar af te weren, door tegen te staan wie haar ondermijnt.
ambt
iDehoort;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's