Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De leer der Verbonden - pagina 23

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De leer der Verbonden - pagina 23

3 minuten leestijd

13 Hieruit ziet dus een ieder, dat verbondssluiting alleen dan denkbaar is; alleen dan tepas komt; als er yeeti hooyere macht aanwezig is, die tot het doen van recht kan noodzaken. In dat geval toch zou er zonder verbond eenvoudig een volkomen ontstentenis ontstaan van orde en veiligheid en maatschappelijk welvaren. Er zou dan maar één recht, het recht van den sterkste heerschen. Een iegelijk zou op zijn zwaard leven. Het zou één moorden en rooven overal worden. nu dat schriklijk kwaad te voorkomen sluit men over en weer verho)iden. D. w. z. men voert zelf een vast recht in; een recht dat steunt op de eer van het woord en de trouw van het karakter; en het is aldus dat de goedgezinden uit plichtsbesef en de kwaadgeziaden uit nooddwang, in verbondssluiting het middel vinden, om rust en

Om

veiligheid te scheppen

Maar

zoo

om

zich heen.

komt aan dien rechteloozen toestand geen

einde,

of

zoodra er weer een geregeld bestuur optreedt, en een landswet geldt en de overtreder gestraft wordt, raakt de verbondssluiting weer in onbruik. Waartoe toch zou men zelf recht maken, indien er, zonder ons toedoen, reeds een recht boven ons is, dat voor onze veiligheid

waakt ?

Het blijft dus bij wat we in den aanvang stelden: waar boven meerderen die saam leven moeten, nog een andere macht staat, komt geen verbond tepas. Maar ook, staat er geen andere macht hoven hen, dan is het verbond noodzakelijk, het verbond de eenige grondslag waarop men handelen kan, het verbond de levensvorm »lie met volstrekte noodwendigheid komen moet.

Brengt

menschen

men

dit

bestaat,

nu over op de betrekking die tusschen God en ligt de slotsom, die we daaruit te trekken

dan

hebben, voor de hand. Stond er boven God en menschen een nóg Hooger Wezen, een nóg Hoogere Wetgever, en werd door die nóg hoogere macht het leven tusschen God en menschen vanzelf bepaald en geregeld, dan zou er ook tusschen God en' menschen van geen verbond sprake

kunnen zijn. Maar nu zulk een Hooger Wezen niet bestaat, nu God ^Z^erhoogste is en dus niemand Hem dwingen kan, nu volgt rechtstreeks, dat er geen vrije,

zelf

de

hieruit

wederzij dsche verhouding tusschen

God

menschen denkbaar is, dan uitsluitend doordien God met den mensch en de mensch met God in een verbond treedt. Want het is wel waar, dat God zelf des menschen Opperheer is, zijn Wetgever en zijn Rechter; het is wel waar, dat de mensch volstrekt van God afhangt en dus in alles door Hem kan gedwongen worden; maar wie door de Heilige Schrift geleerd is, weet ook, dat en

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's

De leer der Verbonden - pagina 23

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's