Practijk der godzaligheid - pagina 146
138 kerkstaat niet dan hoogst enkel, en een zuivere kerkstaat nooit voorkwam; en die ook daarna uit de geschiedenis der Christelijke kerk vernomen hebben, dat allen die godzaliglijk willen leven vervolgd zullen worden, en dat de kerk ook des Nieuwen Yerbonds aldoor het smartelijk proces doorloopt, van nu eens even het hoofd te kunnen opsteken, maar om dan weer voor lange jaren te worden
gezonde
ondergedompeld in geestelijken smaad. Dit aanschouwende, maken ze hieruit op, dat dit de duurzame toestand is; dat het lot van de kerk op aarde niet anders zijn kan; en dat er schijn noch schaduw bestaat van eenige profetie of belofte, dat er uu als bij uitzondering voor hen en in hun dagen, of ook voor hun kinderen, een beter en gewenschter kerkstaat zou zijn weggelegd.
Met name bannen
dus uit hun hart de opwelling alsof ze beteren kerkstaat recht zouden hebben; alsof die hun als belijders voor hun eigen ziel en voor de ziel hunner kinderen tofkwam. En wel verre van uit dat valsche rechtsbesef een eisch naar de lippen te laten dringen, komt over die lippen veeleer een danktooti der verwonderende aanbidding, dat de Heere hun, niettegenstaande hun diepgaande schuld, nog zoo veel liet en nog zoo telkens een nagel aan de heilige plaats schonk, In het gemeen zijn deze nuchterder strijders diep doordrongen van het besef, dat de zonde een levensverwoester is, die alles en dus ook de kerk moet bederven. Dat wij, die leden der kerke zijn, voor zooveel aan ons hangt, wel verre van den boozen zuurdeesem der wereld tegen te houden, veeleer slechts in geestelijken vorm de zonden hebben omgezet, om ze nu in de kerk nog verderfelijker te laten voortkankeren, en dat als Koning Jezus niet leefde en het God niet om zijn Zoon ging. God Almachtig in zijn toorn niet eerst die wereld, neen maar eerst die schriklijk zondigende kerk zou hebben weggestormd in zijn toorn en verdaan in zijn verbolgenheid. Men kan dus moeilijk ontkennen dat er tusschen deze beide soorten van lieden een werkelijk verschil in de grondbeschouwing van het leven bestaat; voortvloeiend uit verschil van inzicht in de werking die de zonde op de kerk uitoefent en zal blijven uitoefenen, zoolang er nog een deel van Jezus' lichaam op aarde bestaat. Toch vatte men dit nu weer niet zoo op, alsof in die zalige droomers niet ook wel iets van den nuchteren strijder zou schuilen; of ook, alsof in die nuchtere strijders niets van die zalige droomers zou eigenlijk
op
zulk
ze
een
Och, wij menschen zijn zoo scherp niet gescheiden. meer dan we denken op elkaar. Wijs eens een gereformeerde aan, waar geen Roomsche in schuilt ? Toon mij, zoo ge kunt, een geloovige, die den ongeloovige niet in zijn eigen hart kan vinden. Of wilt ge het nog concreter, ga er dan vast op, dat er ook thans geen enkele gereformeerde is, in wien ge geen irenische elemente
bespeuren
We
lijken
zijn.
veel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's