Practijk der godzaligheid - pagina 45
:
37 onderstelling
bij
aan
geboorte
het
faalt verzegelt
Onze
de
den
Doop
wicht
Doop
is,
dat het geloofs vermogen door wederWaar die onderstelling
reeds is ingeplant."
óf ganschelijk niets of een geanticipeerd geloof.
derde grief is tegen predikanten, die
den heiligen Doop wei-
geren, indien de ouders kerkelijk niet gaaf en zuiver staan. De moeder van een onecht kind, of ouders van een echt kind, die tegen de Doopvragen opzien; of ouders die een ergerlijk leven leiden; of ook denzulken die om andere redenen met de kerkregeerders in gemoei komen, weigert deze en gene predikant soms den Doop. Hiertegen nu geldt: 1*'. dat een predikant nooit den Doop mag weigeren. De Doop is een schat der gemeente, waarover de kerkeraad, niet de prediker beschikt. Maar ook 2, dat de regel der kerk is: „Doopen
wat het doophuis inkomt!" bijzondere gevallen, geweigerd.
al
Doop mag eigenlijk nooit, dan in zeer De gemeente stoot niet af, maar trekt
aan. Ze verstrooit niet, maar vergadert. Stel dus het ergste, stel dat er een kind ten Doop wordt aangeboden uit heidenen. Turken of Joden geboren, dan moet het toch gedoopt, indien eenig lid der gemeente er gebiedenis over heeft, er voor op wil treden of ook de kerkeraad (d. i. de gemeente geconcentreerd) er macht over krijgt.
En wat nu of
ergerlijk
men zóó
nooit, is
de andere gevallen aangaat, van openbare zonde, ketterij leven bij de ouders of één van de ouders, dan vergete 1. dat zulk een zonde van ketterij of ergerlijk leven óf
dat er kerkelijk
mee gerekend
moet de kerk niet wachten
tot
dient,
óf niet.
Indien wely dan
men om den Doop komt, maar
vooraf
en bekeering manen en voorts handelen naar tucht en orde. Komt het dan aan den Doop toe, dan spreekt het vanzelf, dat onboetvaardige personen die onder tucht staan, niet als getuigen optreden. Maar desweegs mag het kind niet ongedoopt blijven. Het worde dan gedoopt op den band van andere getuigen of ook van den kerkeraad zelven. Zelfs slamnnen-kindereiL werden door onze vaderen gedoopt.
tot boete
Minder belangrijke quaestiën, maar die toch bij den heiligen Doop komen, zijn: l*'. de toespraak; die, hoe uitnemend ook,
ter sprake
toch nooit hoofdzaak mag worden. De Doop is het eigenlijke, het wezenlijke. Alle menschen vermaan is hier ondergeschikt, bijzaak, des noods misbaar. 2". De tijd van den Doop. Er sterven in massa ongedoopte kinderen. Dat komt van het lange wachten. Soms twee, drie maanden. Mag dat? Of is er geen hope, dat onze vroeg gestorven
kinderen uitverkoren zijn, die God de Heere daar boven volmaakt? En indien ja, moeten ze dan hun Doop niet hebben? Niet om ze te zaligen, maar om de ordening Gods? Wat dan weer saamhangt 3*'. met de vraag: Vader of moeder? Thans werd het bijna algemeen „Desnoods zonder den vader kan er gedoopt, maar in geen geval zonder de moeder." Eertijds bij onze vaderen was het: De vader stellig er bij, de moeder bij uitzondering. Zie nog maar in ons Formulier. Niet: „waarvan gij vader, [moeder] of getuige zijt!"; dat is
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's