Heils termen - pagina 85
75 in dit woord de vereenzelving van Christus met de Gemeente zoo tot het uiterste doorvoert, dat hij niet schroomt, de Gemeente zelve „den
Christus"
te
noemen.
daar: „Want gelijk het lichaam één is, en vele de leden van dit ééne lichaam, vele zijnde, maar zijn, alzo o ook Christus." Bij de lezing dier woorden moeten we natuurlijk op onze hoede zijn, dat we niet in den zijweg verloopen, van de woorden „het lichaam" enz. reeds van de Gemeente te verstaan. We zijn aan de benaming van „Lichaam" voor „Gemeente" zoo van der jeugd af gewend, dat men schier zijns ondanks naar dien zijweg wordt getrokken. Toch gevoelt men, dat bij elke vergelijking scherp dient onderscheiden te worden tusschen de zaak, die men wil verklaren, en die andere, waarbij men de te verklaren zaak vergelijkt. Verklaren wil Paulus wat de Gemeente is. Ter verklaring neemt hij het beeld van het menschelijk lichaam. Een weinig omschreven, komen zijne woorden dus hierop neer Want gelijk een menschelijk lichaam één geheel vormt, al bestaat het uit een menigte van deelen, en toch alle menschelijke ledematen saam, hoe onderscheiden ook in getal, toch slechts één lichaam van vleesch en bloed vormen, zoo ook is het met de Gemeente. Maar zie, in plaats van: „zoo ook is het met de Gemeente," schrijft hij: „alzoo ook Christus." Hij aarzelt dus niet, de Gemeente zelve, om haar verborgen gemeenschap met haar Hoofd, den naam van Christus zelven Schrift uitleggers zagen zich genoopt, deze verte geven. Schier alle wisseling van de namen „Christus" en „de Gemeente" te erkennen, en mocht iemand wanen, dat deze uitlegging van lateren oorsprong was, hem verwijzen we naar de klare en heldere Kantteekening van onzen Staten-Bijbel, waar we aan den rand van dit vers aldus lezen:
Immers we
leden heeft één lichaam
en
lezen al
:
is het lichaam Christi, namelyck de Ghemeinte, die also van Hooft ghenaemt wort." We meenden hierop meer uitvoerig te moeten wijzen, wijl, zoolang men voor deze vereenzelving als onschriftuurlijk terugdeinst, het echt-gereformeerde Sacramentsbegrip niet ter halver diepte kan gekend worden. Het is de onsterfelijke roem van Calvijn, dat hij juist in die „mystieke gemeenschap met Christus" ons den sleutel tot de verborgenheid der Sacramenten gereikt heeft, maar zijn recht dan ook, dat bij elke Sacramentsverklaring op Gereformeerden bodem allereerst op die „heilige verborgenheid" (Ef. 5 32) worde gelet. Met dit eerste feit, waarop we wezen, dat de Sacramenteele Teekenen niet voor den enkele, maar voor de Gemeente zijn, hangt ten nauwste een ander verschil saam, dat tusschen de Teekenen voor het eigen hart en de Teekenen der Gemeente niet mag worden voorbijgezien. We bedoelen de tegengestelde orde, dat het Teeken voor den enkele komt, eer het geloof doorbrak, bij de Gemeente daarentegen niet komt, eer het geloof doorgebroken is. Bij den enkele
„dat haer
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's