Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 296

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 296

3 minuten leestijd

!

382 en die als een stroom de dorre velden, zoo den dorstigen akker onzer verkwikt heeft door de instrooming van den Heiligen Geest. Gij hebt geen liefde. Uw hart is liefdeloos. En wat er aan liefde in werkt is één van deze drie of instinctieve liefde, zooals ook de klokhen voor haar kiekens heeft en die dus in geen waarde bij God staat; of vertoon van liefde, die opeens verdort als uw ik er aan moet; of wel, en dat alleen is het ware, ze is een liefde die in uw liefdeloos hart gewerkt is door hooger drang; een koestering die van buiten in uw koude ziel indrong; een heilige vonk in de sintels van uw hart gespat uit den gloed der eeuwige teederheden. Uw hart gelooft daarom van nature ook aan geen liefde in God. Hem naar uzelven afmetend, dacht ge u ook den Eeuwige in den grond van zijn Wezen koud en zonder gloed. Want wel zegt ge: „God is liefde. Hij aller Vader, die alles vergeeft!" maar dat is gepraat, oppervlakkig gekeuvel, waar wortel noch vezel aan zit. Kom maar eens in den nood; dat ge geen brood meer hebt; dat uw lieveling Tan uw hart wordt afgesneden dat uw eer er aangaat, en zie dan eens, wat er van Gods liefde overblijft. Och, dat verachtelijk schermen met klanken over God is zoo diep onheilig. Wat heeft wie zóó van vergeven spreekt, ooit, ooit gemerkt van wat vreeselijke schuld er hem, hem zelf, hem persoonlijk te vergeven viel? Dit beteekent dus niets. Zelf koud, dacht ge uw God u even koud, afgemeten en beredeneerd, als uw eigen logge dotfe ziel. Maar toen u opeens vuur in uw beenderen schoot, en het merg in u krimpen ging; en God u neersloeg; en uw ongerechtigheid als toen ja is opeens uw God een stroom over uw hoofd heengolfde, u ontdekt; toen u het schijnbeeld verbleekte, de ware God voor u kwam, gansch een verterend vuur Tot, totdat toen, eindelijk, eindelijk de Heilige Geest in uw ziel indrong en de binnenkamer van uw hart kwam bewonen, en u van binnen zoo heerlijk toefluisterde, en u aansprak met een sprake van onuitsprekelijke zaligheden, en gij omziende, daar opeens inzaagt in al de onnoemelijke teederheden van dat „vertroostend aangezicht van ziele

:

;

uw God!" En toen

ja,

heerlijke gloed

en

spijs

En

voor

toen kwam de liefde! De liefde Gods! De warme, van de levende liefde van het lievende Leven. Drank

uw

ziel

tegelijk.

Dat was van een stroom van vele wateren, in eiken druppel waarvan zich een volle oceaan ontsloot van weelde en van zaligheid. o, De Heilige Geest is God zelf. Hij vermengt zich niet met u,

iets

die

liefde

Gods, neen,

onbeschrijfelijk

heerlijks.

dat

liet

zich niet uitspreken.

Een invloeien

als

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 296

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's