Dat de genade particulier is - pagina 81
71 en alzoo buiten van onzen tijd mutatie,
aldus
niets
wel
dan
toch wordt.
de niet,
werkelijkheid dat
grootsch,
niet
tegen
tegen
wat
men niets
omgaat,
wie deelt dan de klacht
in deze uitwendige aftreksom en pergoddelijks,
niets
reëels
kan
zien,
en
de Verlossing naar de Schrift reageerde, maar thans meestal als verlossingstheorie gepredikt
betaltHgs-stajidpunt komen de voorstander „algemeene genade" zelfs met zichzelf in onverzoenlijke tegenspraak. Aan tweeën een toch geldt op dit standpunt Christus heeft dan reëel voor de zonde van alle menschen betaald, of zij moeten Zf^lf
Immers op dat uitwendige
ders
:
nog betalen. Moeten zij zelven nog betalen, slechts nominaal en schijnbaar.
natuurlijk dan
is
al zijn
verlossing
En
heeft hij wel terdege en zeer reëel den losprijs betaald, waar dan de gerechtigheid des Vaders, ja, om het sterker nog uit te drukken, waar blijft dan de eerlijkheid van den Vader der geesten, die eerst den losprijs voor u aanneemt, en u dan toch zelf later nog straft met een eeuwig verderf, indien gij aan zekere conditiën niet blijft
voldoet.
Het behoeft wel geen herinnering dat wij zelven met deze uitwendige verrekeningsmethode niets ophebben, en dat zij die haar in onzen Catechismus waanden te vinden, losmaken wat de Catechismus vereenigt: een reëele Vleeschwording en op grond daarvan een reëel Kruis, maar om de holheid, de onhoudbaarheid, de ongerijmdheid van de voorstanders der „algemeene genade" uit te doen komen, moest een oogenblik van hun eigen standpunt gesproken worden, opdat de tegenspraak daghelder zou zijn. Anders zijn wij, evenals onze Gereformeerde vaderen, van al deze holheden, oppervlakkigheden en uitwendigheden zeer besliste tegenstanders, en houden we ons met Villmar, den uitstekendsten theoloog, dien Duitschland deze eeuw voortbracht, aan de Theologie der Thatsachen, d. i. aan zulk een heilsleer, die niet in spinraggen hangt, maar steunt op realiteiten. En nu versta men ons ook hier wel, dat het niet in ons opkomt en zeer verre van ons ligt, om broeders, die leven uit hun Heere, maar nog bevangen liggen in overleveringen van menschen, te beschuldigen of ook maar te verdenken, dat zij ook maar eenigen den minsten toeleg zouden hebben, om aldus de realiteit van 's Heeren ofter weg te nemen.
—
Niets daarvan. Wij doen geen aanval. Al wat we doen is onszelven verdedigen; is, weer een plaatse zoeken in de Gereformeerde kerk voor wat alle eeuwen door in die kerk beleden is; is, zelf belijden en zelf getuigen voor wat ons de eenige
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's