Heils termen - pagina 188
178 jubelzang „Uit Hem, door Hem en tot Hem zijn alle dingen" niet de volkomenste beschrijving van zijn Souvereiniteit en van zijn Liefde tevens is, maar om de heiligheid der zaak gaan we iets dieper terug. Souverein in waren zin is alleen hij, „die geven kan, wat hij niet ontving." Vlak hier tegenover stelt de Apostel, ter kenteekening van de meest volstrekte afhankelijkheid, de vraag: „Wat hebt gij, dat gij niet hebt ontvangen?" (1 Cor. 4 7), ongeveer gelijkluidend met de eenigermate gewijzigde uitspraak van Jezus: „Een mensch kan geen ding aannemen, zoo het hem uit den 27). Eens vorsten souvereiniteit is hemel niet gegeven zij" (Joh. 3 van wie hij zijn kroon ontGods, gratie de door dan beperkt, niet van den volkswil, die naar bepalingen de door evenzoo, ving, en modernen trant, de Souvereiniteit opdraagt. Pruisen's Torst nam te Koningsbergen zelf de kroon, juist ter aanduiding, dat hij dien Gode alleen wüde dank weten. Nemen we dus, om tot de echte Souvereiniteit Gods op te klimmen, ook deze beperking weg, dan blijft geen andere bepaling over, dan dat de volle Souvereiniteit zich eerst in hem openbaren kan, die
linisclie
:
:
wel gever, maar nooit ontvanger is. Verbind hiermee in uw gedachten de schriftuurlijke tegenstelling van fontein en waterbak, en immers het beeld zelf zegt u, dat tusschen deze beide 2;een ander verschil dan dit bestaat, dat beide water geven, maar zóó dat de waterbak dit wel, de fontein het niet ontvangt. Een wellen, bon-elen, springen uit zich zelf, zonder dat van buiten af het water wordt aangedragen, is juist het karakter van de Fontein, de springader, niet van stilstaand, maar van levend water. De heerlijke ziels uitgieting van den psalmist: „Bij U, Heere! is de Fontein des levens!" (Ps. 36 9), straks door de profeten verwisseld met de heilige eeretitels van Fontein des heils" (Jes. 12 3), 13 Hooglied 4 15 of „Springader des levenden waters" (Jer. 2 uitspreekt, schitterend zoo is dus tevens zich waarin liefde enz.), Gods van zijn Souvereiniteit de volkomenste omschrijving. „Fontein," d. i. die geeft en uitstort, wat Hij niet ontving, maaar slechts zich zelven dankt. „Springader des levenden waters," d. i. die, niemand dankend wat Hij schenkt, bij geen zijner gedachten of werken van iemand afhankelijk, alleen zich zelf tot perk en machtsbron is. Juist daarom is God de liefde zelf, en kunnen wij slechts de uit Hem gewelde liefde in het hart voelen trillen, wijl aan de volkomenheid onzer liefde nog altijd dat ééne, het ni et-ontvangen hebkunnen hebben, zelfs in dien hoogsten ben ontbreekt. lief te zin, dat we ons zelf geven, moeten we dat eigen zelf eerst van den Vader der geesten ontvangen hebben. Zich zelf uit zich zelf :
:
:
Om
geven kan alleen God
;
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's