Dat de genade particulier is - pagina 73
63 een ook maar eenigszins andere uitkomst had moeten leiden, dat de persoon des Middelaars alsdan een andere had moeten zijn, dan ons thans geopenbaard is. En in waarheid, er behoeft toch slechts even aan herinnerd, dat Hij, die den Middelaar voorbestemde, klaar doorzag waarvoor hij bestemd werd; alsmede dat de Zone Gods die het Middelaarswerk op zich zou nemen, zelf aan die voorbestemming en verordineering deel had; om een ieder, in wiens ziel nog eerbied voor het Goddelijk Wezen bezonk, voetstoots en terstond de ongerijmdheid en ondenkbaarheid van elke tegenovergestelde gedachte te doen inzien. tot
nu intusschen
deze onwrikbare grondslag ons eenmaal toegegeven, moeten we, willens of onzes ondanks, wel tot de even gereede slotsom komen, dat de genade niet anders dan particulier zijn kan. Want immers nu komen we hiermee onmiddellijk voor die andere, zoo uiterst gewichtige vraag te staan: Treedt de Middelaar met zijn verlosten pas in betrekking op het oogenblik dat hun geloof doorof wel bestaat er tusschen den Verlosser en zijn verlosten breekt; een band nog eer ze geboren zijn, zijn oorsprong nemende in Gods Eaadsbesluit ? Pleit men voor een algemeene genade, dan kan natuurlijk alleen het eerste waar zijn. Dan toch wordt het eerst door iemands eigen geloof, op het oogenblik dat hij tot dat geloof doorbreekt, beslist en uitgemaakt, of en dat hij een verloste is. Tot op dat oogenblik toe, had het evengoed kunnen gebeuren, dat hij nooit tot geloof gekomen was en dus nooit een „verloste van Jezus" ware geworden. Vooraf kon er tusschen hem en dien Heiland dus wel die algemeene betrekking bestaan, die van een ontfermen in de roeping over al wat zondaar is, gewaagt, maar van de intieme levensbetrekking tusschen het Hoofd en een lid van zijn lichaam niet. Nu weten we intusschen uit de stelligste uitspraken van Profeet en Apostel, en evenzoo uit wat van Jezus' eigen lippen is opgevangen: dat de verlosten „hem gegeven zijn van den Vader" en dat slechts Is
dan,
men
zal het zien,
—
dezulken tot
hem „komen kunnen!"
Duidelijk en onomwonden wordt uitgesproken, dat de liefdeband, de betrekking tusschen Christus en zijn leden gegrond ligt in het eeuwige en wortelt in het besluit van voor de grondlegging der wereld.
Zoodat raken,
we
dan
hierdoor tot geen andere conclusie kunnen gede persoon van den Middelaar verordineerd en aandie bepaalde personen, die eens zijn verlosten blijken
reeds dat
gelegd is op zouden. De vraag tusschen
ons
en
onze
bestrijders
is
dus deze: „Is de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's