Honig uit den rotssteen - pagina 152
!
138 Eigenlijk deed Jerobeam dus niets, dan op een paar onderizeschikte punten zwichten voor de omstandigheden. In den grond der zaak stond het zoo, dat wat hij deed, niet anders kon. En, alles wel gewikt en gewogen, spaarde hij moeite noch kosten, ,om den dienst van den eenigen waren God zóó zuiver in stand te houden, als de toestand waarmee hij nu eenmaal te rekenen had, maar eenigszins gedoogde. Ge merkt dus wel, waar bij Jerobeam de mantel uit was geweven. De mantel, waarachter zijn boos hart zijn boosheid verschool en waarmee hij zijn innerlijken haat tegen God hemantelde, bestond eenvoudig uit: omstandigheden. Omstandigheden, waaraan nu eenmaal niet te veranderen \iel. Omstandigheden, die men niet in zijn macht had. Otnstandigheden, die het hem onmogelijk maakten, anders te
handelen. Ja,
omstandigheden,
hem
die
zijns
ondanks dwongen
te
doen, wat
eigenlijk niet mocht.
hij
Niet mochtanders kon.
maar nu
w^el
moest;
omdat
het
nu
eenmaal niet
Wordt die mantel van Jerobeam niet nog wel gedragen? Leg bij die vraag uw oor maar eens te luisteren, o, mijn
om
volk!
en onder u en in uw eigen hart Of kent ook gij het zeggen wel niet, dat ieder bijna op zijn lippen heeft, en o, zoo gereedelijk in anderer oor, en door het ooj' in het hart, inbrengt, dat men ja, natuurlijk nog wel aan het wezenlijke Christendom vasthoudt, en om niets den dienst van den eenigen waren God zou willen prijsgeven, maar „dat de tijd toch ook zijn eischen heeft;" „dat men toch niet zoo geheel tegen den stroom op kan roeien;" „dat God toch niet van ons vergt, dat we als zonderlingen zullen te koop loopen;" „dat men zijn kinderen aan zoo'n strengen band niet meer houden kan:,'" „dat men wel wat moet toegeven;" „dat de omstandigheden toch ook van God zijn, en dat het niet aangaat, nu in een tijd als de onze, het nog zoo precies en zoo nauw te willen nemen, als in de dagen onzer vaderen!" En zoo gaat dat wiegeliedeke dan al voort, om de consciëntie in u,
.
.
.
slaap te zingen.
Want natuurlijk, dan kan men den Bijbel ook maar niet meer zoo aannemen; dan moet het verstand ook zijn rechten doen gelden; en. dan dwingt de omstandigheid wel om toe te geven, wat men wel voelt, dat eigenlijk niet zuiver is, maar dat bij de ontwikkeling der wetenschap niet anders kan.
En
al
Want
voort gaat dat liedeke. spreekt immers vanzelf,
het
dat
men
die
oude waarheden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's