Honig uit den rotssteen - pagina 241
;
227
we niet uit; dat zouden we besterven. Maar wat komt doen? Komt die ons gevoel verstompen, ons hart omvoor heugenis brengen? Bij de kindereu der floersen, vergetelheid wereld misschien, maar mag dat ook bij het volk desHeeren? Neen, wat de tijd doen kan en mag, is het meespelen der zenuwen bedaren, dat
hielden
nu de
tijd
uitloopen der smart in onze hartstochten tegengaan, zelfs de beklemdheid van ons bewustzijn wegnemen, maar niet om daardoor de smart ons uit de ziel ie nemen, neen, maar om die smart, gelouterd en door geloof geheiligd, dieper te doen doorleven in de verborgen, binnenkameren van ons hart. Zooals engelen lijden zouden, zoo lijdt dan het stil gemaakte kind van God. Een smart die door de ziel vlijmt met een heiligen lach en met droge oogen doet opzien naar den ontfermenden God. Zie, zoo valt er op ons leven in deze wereld een geheel ander schijnsel. Zoo wordt het floers der smart over heel ons leven gespreid niet om ons in somberheid den levensmoed te doen stikken; neen, maar om door het geloof, juist onder dat kleed eener gedurige smart, verrukt te worden door de ontfermingen eener gedurige vertroosting. Op aarde ka}i een kind van God niet zonder smart zijn. „In de wereld zult ge verdrukking hebben!" sprak de Heere. „Wie achter mij wil komen die verloochene zich zelf, neme zijn kruis op en het
volge mij
!"
Het kruis
ligt
voor
een
kind
van
God
als heilig
symbool over
heel het leven.
wil niet meer dan zijn Meester zijn, en het leven wat was dat anders dan één gedurige smart? Kunt gij u den Christus Gods op aarde denken zonder smartelijke aandoening der ziel? U voorstellen dat uw Jezus de ellende der wereld eens van zich had gezet, en eens voor een oogenblik den gruwel der zonde ganschelijk had vergeten? Zelfs het neerschrijven van die voorstelling stuit u, niet waar? Ge kunt u zoo uw Jezus niet denken. Dat splitsen van de ziel en dat zetten van een staketsel voor de werkelijkheid zou het eeuwig diepe van de harmonie des levens in uw Heere vernietigd hebben. En, al zulke oppervlakkigheid van u werpend, belijdt ge weer met hooger eerbied het woord van uw Catechismus: „Dat hij wel voornamelijk aan het einde zijns levens, maar toch ook alle de dagen zijns vleesches den zwaren last des toorns Gods tegen de zonde van het gansche menschelijk geslacht gedragen heeft!" Zoo uw Jezus, en waarom gij dan anders? „Indien we met hem lijden, opdat we met hem verheerlijkt worden;" „altijd de dooding van onzen Heere Jezus Christus in onszelven omdragend ;" „ons leven," gel<jk het Doopsformulier zegt, „dat toch niets anders is dan een gestadige dood!" En bevreemdt het u uu, dat het in uw ziel toch zoo heel anders
mag,
Hij
van
zijn
hij
.Jezus,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's