Heils termen - pagina 59
49 III.
HET TEEKEN. Heere Heere! Waarbij zal
ik (dit)
Genesis 15
Waarbij
zal ik dat
weten? Lukas
1
:
weten? :
8a.
18a.
Drie dingen bleken ons dusver overtuigend. We zagen dat liet Heilswoord en het Heilsfeit onderscheiden zijn. Uit de Schrift zelve maakten we den regel op, dat het Heilswoord steeds aan het Heilsfeit voorafgaat. Eindelijk bewees de samenhang van beiden, dat alleen door het voorafgaan van het Woord het geloof werkelijk bewust geloof wordt. We willen thans op een geheel ander verschijnsel de aandacht vestigen, dat bemiddelend tusschen het Woord en het Feit optreedt en eenigszins den overgang tusschen die beiden vormt we bedoelen het T e e k en. Hoe weinig hierop dusver ook door de Gemeente gelet zij, zoo herinnert toch elk kenner der Schrift zich reeds bij het enkele noemen van dit woord, welk een beteekenisvolle plaats het Teeken in het geheel van Gods Openbaring inneemt, en vraagt men welke die beteekenis zij, dan antwoorden we zonder aarzeling, dat het Te e ken allereerst ten doel heeft de doorbreking van het geloof te bevorderen. Wat Genesis 15 ons van Abraham verhaalt, bewijst dit voldingend. Zal toch ons geloof den echten stempel dragen, dan moet het naar den eisch des Apostels zulk een zijn, waarmee Avij de voetstappen ;
des geloofs van onzen vader Abraham drukken" (Rom. 4 12), en onderzoeken we nu in des Apostels geschrift, welke ge:
Abraham's
leven voor ons als maatgevend en kendan immers wijst Paulus ons als met den teekenend gelden vinger naar dat 15 de Hoofdstuk van Genesis, waarin het eerst de zoo telkens herhaalde woorden te lezen staan: „Abraham geloofde in den Heere en Hij rekende het hem tot gerechtigheid" (vs. 6). Om derhalve de waarde te beoordeelen, die het Teeken voor ons geloof bezit, kunnen we niet veiliger gaan, dan door te onderzoeken, welke kracht het Teeken volgens dit gewijd verhaal in zich draagt. Zoo nu iets bij de lezing van Genesis 15 alle tegenspraak buitensluit, dan zal het wel het droeve feit zijn, dat 's Heeren woord-alleen het vol en krachtig geloof in Abraham's hart niet doet ontluiken. Hij komt terug van het verslaan der koningen uit het gebergte, en nu geschiedt des Heeren woord tot hem „Vrees niet. Abraham. Ik ben uw schild, uw loon zeer groot." Vooral na de wondere uitredding pas in Hoba's dal ervaren, en niet minder na de heerlijke verschijning, die hem in Melchizedek's optreden was te beurt gevallen, zou men immers meenen, dat dit machtige Godswoord in loofsdaad
in
moet,
:
4
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's