Het heil in ons - pagina 108
98
we over en weer; was nooit in geschil; en zal door geen kenner van Gods heilig Woord ontkend worden. Wreed willen we niet zijn, en we weten uitnemend wel, dat zelfs een zeer diepe val het leven van Gods kind kan komen ontwijden, ontheiligen en storen; en dat dit wondere mysterie der zonde, onder de toelatinge Gods, alzoo doorwerkt, om elke hoogheid in ons af te breken, elk vertrouwen op eigen steunsel ook voor Gods kinderen tot zonde te maken, en een onoverkomelijken slagboom te leggen tegen élke poging om het genaverbond, ten hoon van het heiligst bloed, nogmaals tot een werkverbond te verlagen. Maar wel zie een iegelijk toe, dat deze, ook onzerzijds volmondig toegestemde wetenschap, hem niet tot een onheiligen valstrik worde en tot het tegendeel leide van wat de Apostel noemt „onze roeping en verkiezing vast te maken." Neen, neen, daarover besta geen oogenblik misverstand: uiterlijke, burgerlijke onberispelijkheid is zoo uitnemend wel bereikbaar dat Witsius u op het schitterendst zou kunnen aantoonen, hoe zelfs „de onbegenadigde op zijn beste" vaak meer nog dan deze uitnemendheid leeren
:
realiseert.
van gedrag en leven, naar des menschen ook zoo de stellige, maar tevens minste en laagste en nog niets zeggende eisch waaraan elk Christen voldoen moet, dat onze Gereformeerde Synoden en Consistoriën op hun attestatiën de formule van „onberispelijk en onergerlijk" zelfs drukken lieten, en een iegelijk voor het kerkelijk gericht werd getrokken, die of een berisping verdiende of merkbare ergernis gaf. Het is alzoo het geven van een slag in het aangezicht der historie geweest, toen een onzer volmaakbaarheidsdrijvers, lasterend wat hij niet onderzocht had, en zonder ook maar de buitenste omtrekken van het Gereformeerde kerkelijk wezen eenigermate te kennen, miskend, gehoond en beleedigd heeft den hoog heiligen ernst, den diep zedelij ken trek, en de huis en maatschappij en staat reformeerende geloofskracht, die, blijkens de onwraakbare acten der historie, juist in den Gereformeerden levensstroom door God is gewekt. Had de auteur, die zich dit ten laste liet komen, het er dan ook op toegelegd, om in zijn eigen publiek stuk een zonneklaar bewijs van zeer tastbare o ;^ volmaaktheid, ter weerlegging van zijn eigen dwaling, te stereotypeeren, hij zou niet wel beter hebben kunnen slagen, dan toen hij, het negende der geboden voor niets achtende, een der prachtigste geloofsverschijnselen in Gods kerk met zijn haat aangrimde, en de verkiezing losscheurde van wat steeds haar prediking verzeilen moet: de praktische kerkelijke tucht. Maar ook hierbij onzerzijds gaarne het: „Broeder! ik heb het in onwetendheid gedaan!" inwachtend, bleek ons zooveel dan wel overOnberispelijk,
oordeel,
is
onergerlijk
dan
—
tuigend,
dat „uitwendige, maatschappelijke deugdsbetrachting," vooral
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's