Dr. Kuyper in de Caricatuur - pagina 12
Ook nog om
iets
anders. caricatuur
persoonlijke
Politieke,
bedoelt
u
als
staatsman
af te
zeg, na tienjarige lange jacht voorgoed buiten gevecht hebben gesteld.
maken, en moet u althans, Reeds voor hoelang had ik
naar deze artistieke berekening, niet reeds politiek dood moeten zijn? En dat te meer, daar ik voor Barbertje dienst deed. Ik toch had 't altijd gedaan, als één man viel men steeds uit eiken hoek op mij aan. En dat terwijl ik zelf het talent miste, om caricatuur tegenover caricatuur te dan,
Het had er reeds en geen mijner vrienden mijn eigen gemis aan talent vergoeden kwam. hebben geslagen. spot mij vleugellam zou alsof de rustelooze alles van, dan ook 70-er jaren der aan het eind toeleg niet gelukt en dat ik den heeren die is, leveren, dat Maar juist uw bundel zal nu het bewijs te taai van leven ben geweest. Een caricaturist die u dertig en meer jaren te lijf moet gaan, heeft
stellen,
het reeds daardoor tegenover u afgelegd. En dit nu, ik kom er voor uit, is mij toch een genot als Reeds vóór '80 had ik gelegd moeten zijn, en nog sta ik overeind. Ik weet wel, ik het indenk.
doch na een hardnekkigheid als waarmee men mij nazat, moet Ge mij dit kleine roempje toch eens gunnen. Met de stift heeft men mij zoo rusteloos bekrast, dat ik het dezen éénen keer mijn vrienden onder de caricaturisten wel eens terug doen mag met de pen. Nog dit pennekrasje voeg ik er aan toe. Tot 1889 bevonden de politieke caricaturisten hier te lande zich nog altoos in een eenigszins
eigen
roem
riekt niet wel,
valsche positie.
Georg Hermann,
Zooals toch
aan Prof. Friedrich
in aansluiting
uitdrukt {„Die Deutsche Karikatur in 19e Jahrhundert", p. 8)
is
Theodor Vischer, he
dit de hooge, edele trek van de politieke
caricatuur, dat ze altoos fé'g^n de meerderheid in worstelt, en het
worde
minderheid opneemt. Zoo
ze,
voor de meerderheid tegen de minderheid voert, verloopt ze zoo licht in hoon. Daarom hinderde het mij steeds, dat onze Nederlandsche caricatuur haar pijlen onveranderlijk op de voormannen van de onderdrukte minderheid afschoot. Voor haar eere moest ook hieraan een einde komen, en daarom heb ik, naar de mate mijner kracht, er in 1888 toe meegewerkt, om
omgekeerd,
haar
pleit
't
vrienden
politieke
minderheid je
in
brengen.
Zoo
eerst
kon onze caricatuur normaal en
karaktervol optreden 1901
In
nogmaals beproefd, toen ze, na Mackay's val, weer in haar meerdertrok. En het gelukte mij ten tweede male. En nu ze in 1905 weer beproefde,
heb
ik
heidswaan van leer naar
de
dit
meerderheidskant
stembus van
1909
eereplaats aan de
verhuizen,
te
zij
en hierin slaagde,
doen wat in mijn vermogen der Minderheid te hergeven.
te
is,
om
nam
ik mij
voor, ook ditmaal
bij
de
aan Neerlands politieke caricatuur haar
Of
mij dit ook nu gelukken zal? Geachte heeren, een horoscoop bij de stembus placht ik nooit te trekken. Wie dat doet, mis. Maar al mocht ik ditmaal in mijn nobel pogen niet slagen, om voor de gist in 't gemeen derde maal de caricatuur op haar plaats te zetten, op een tarnen laudanda voluntas reken ik,
onder
Uw
auspiciën, toch vast.
En wat daarin naar
uw
Gij vraagt, of
Ge
's-Gravenhage,
1
schrijven niet voor uw bundel zoudt moge afdrukken, handelt Er op tegen heb ik niets.
dit
eigen goedvinden. April 1909.
KUYPER.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 68 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 68 Pagina's