Het heil in ons - pagina 127
117 tusschen
bekeerden
en
onbekeerden,
die
bij
zulk een ongeestelijke
Schriftuitlegging door de kieren speelt!
En
moest ook toegegeven dat de sterkgekleurdc betuigingen van gewichtig kapittel, met wat schikken en plooien en tusschen de regels lezen, toch ook voor het owwedergeboren leven w^el pasklaar waren te maken, dan vergeet toch wie dat drijft, één ding, maar, een punt dat dan ook voetstoots zijn prachtig betoog weer geheel omverwerpt, dit namelijk dat zulke dingen dan nog wel over den onwedergeborene door een ander konden gezegd worden, maar dat hij ze, ter oorzake van zijn hoogmoed, nooit zou bekennen van zich zelf. Ware dus dit hoofdstuk, gelijk het begin van 2 Corinthe 12, in den derden persoon geschreven, er zou ten minste nog een schijn van recht voor zoo onware uitlegging bestaan maar nu het alles eerste persoon is, en het niet door een ander over hem, maar door den ma)i wien het aangaat omtrent zichzelf wordt beleden, nu is reeds deze ééne omstandigheid zoo volstrekt afdoende en reeds dit ééne argument zoo volkomen beslissend, dat aan een ander hier dan een wedergeborene te denken, op Schrift en zielservaring beide even al
dit uiterst
:
;
onweersprekelijk afstuit.
XI.
NOG ZES ANDERE KENMERKEN. Opdat Hij u geve met kracht versterkt te worden door zijnen Geest in den inwendigen mensch.
Wel beschouwd
is
met
de
Efeze. 3
vier
:
16.
besproken punten de zaak reeds
afgedaan.
Ook zonder zeven
voor
meer,
den
al
lieten
mensch in
we zijn
't
hierbij, is het pleit
natuurlijken
staat
te
om Eomeinen vindiceeren,
onherroepelijk verloren.
Maar toch is het beter, in korten vorm gegoten, ook de zes overige eigenschappen van den persoon die zich hier aandient, ter loops even aan de „analogie des geloofs" d. i. aan de doorgaande openbaring der Schrift te toetsen. Alzoo zal elke uitvlucht worden afgesneden en de triomf voor wat onze vaderen beleden te volkomener zijn. En dan ligt nu het eerst aan de beurt wat we ten 5de noemden: „c?e onderscheiding tusschen een inwendigen en uitwendigem medisch, door den auteur met even zoo vele woorden in deze verklaring gemaakt: „Ik heb een lust in de wet Gods naar den inwendigen mensch."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's